Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heel dicht bij Sam lag. Het was de verkenner, die juist wilde weggaan.

— Ja, denk er om. Zorg, dat ze ons niet te zien krijgen, anders verknoei je de heeleboel.

— Ja, maar ik zou toch wel erg graag hooren, wat ze te zeggen hebben.

— Nee, dat is heelemaal niet noodig, want dat interesseert mij niet. Het gaat er alleen om, dat je zorgt, dat ze je niet zien.

— Nee, laat dat maar aan mij over. Ik doe het niet voor den eersten keer.

— Dat weet ik ook wel; juist daarom laat ik het door jou doen. Niets gevaarlijks ondernemen, niets doen, wat je bloot kan geven. Denk daar aan.

— Ja, dat komt dik in orde; maar toch zou ik wel eens willen weten, of zij onraad ruiken.

— Onraad? Hoe zouden ze daarop komen?

— Nou, ze kunnen toch denken, dat we hen achterop komen.

— Ach kerel, daar zijn ze immers veel te dom voor.

— Ja, die Duitschers zijn geen cent waard, maar die scout....

— Welnee, die is zeker niet van plan voor een ander eenige risico te loopen; maar die drie schoften, die ons zoo te pakken hebben gehad, DIE, ja....

— Ja, die zijn het eerst de sigaar, wanneer we hen eenmaal te pakken hebben.

— Dat zal wel zoo lang niet meer duren Maar je moet nu weg, zeg.

— Ja, het is al bijna donker.

— Opschieten en gauw terugkomen, want we zullen niet tot morgenochtend wachten, maar hen te grazen nemen, zoodra we zeker weten, dat zij alleen en niet met nog anderen daar zijn.

— Maar het is anders een groot vuur, dat de heeren daar stoken.

— Juist, en daarom zeg ik je, dat die kerels niet de minste notie hebben, dat wij hier zijn.

— Maar het is dan toch maar beroerd voor ons, dat licht daar.

— Dat is het zeker, maar denk je, dat zij het den heelen nacht aanhouden?

— Nee, dat zal wel niet.

— Dat dacht ik tenminste ook zoo. En als het dan wat gezakt is, kunnen we kalm aan wachten, tot ze zijn gaan slapen.

— En als ze dan een wacht hebben uitstaan.

— Dat hebben ze immers niet, want ze koesteren niet het minste beetje argwaan. Trouwens, dan draaien we hem eenvoudig zijn kippennek om.

— Natuurlijk.

— Maar we zullen toch niet te lang wachten, want we moeten morgenochtend al weer een heel eind weg zijn. Alleen denk eraan, jullie allemaal, de drie ellendelingen van kleermakers zijn voor mij alleen; daar mag niemand op schieten. Daar zal

Sluiten