Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik versta je niet; spreek toch Engelsch!

— Ik componeer.!

— Behoor jij tot die menschen, die daar in dat kamp zitten?

— Een helden opera, met drie achtereenvolgende avonden.

— Man, als je me niet fatsoenlijk beantwoord, dan vermoord ik je!

— Twaalf acten, iederen avond vier.

— Je naam, je naam moet ik weten!

— Ik ben op zoek naar Hobble-Frank. En wat doe je dan hier, stuk ongeluk!

— Ik kom uit Dresden, en ik ben.... oh hè, Goddank....

Nu hoorden wij vlugge schreden en weldra stierven de voetstappen weg. De Emeritus had zich losgewrongen en was weggevlucht

Nog even bleef het doodstil en toen was ook de ander aan het weggaan.

— Dat was de verkenner van de Finders, zei Sam.

— Dat is een beroerde geschiedenis.

— Ja, die kerel kan nu allemaal roet in het eten gooien.

— Wat doen we nu?

— Nou, ik denk, dat ik maar weer even terug ga, om te kijken, of hij zijn plannen verandert.

— Maar dan moet je vlug wezen, want je moet er eer zijn dan die spion, anders heb je er niets aan.

— Ja, ik ga al.

Weg was Sam. Will wachtte geduldig. Na een korten tijd gewacht te hebben, kwam hij Sam al tegen, toen hij hem juist tegemoet wilde gaan.

— En, wat denken ze van dien raren snijboon van een Emeritus?

— Niets!

— Wat nu?

— Nee, niets.

— Hoe zoo?

— Hij heeft er niet over gesproken.

— Onbegrijpelijk.

— Nee, wel een beetje begrijpelijk, want hij was natuurlijk te bang om iets te zeggen.

— Te bang?

— Natuurlijk, want als hij gezegd had, dat hij ontdekt was geworden, dan had Buttler hem de huid volgevloekt.

— Tja, dat is wel zoo, maar nu zijn ze toch nog verder van de wijs?

— Welnee.

— Ja, want als die man het in het kamp gaat vertellen, dan

— Kom mee, want we moeten zorgen, dat we eer in het kamp zijn dan hij, anders denken ze, dat we gevaar loopen en dan, dan doen ze niet meer, wat Dick zegt.

— Nou, nou, laat Dick maar gaan, want die weet er heusch wel den wind onder te houden.

Sluiten