Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij vrouwen hebben minstens evenveel te vertellen als de mannen en wanneer er een zijn mond moet houden, dan bent u dat, omdat u onze, mijn ondergeschikte bent. Ziezoo. Ik zal blij zijn, wanneer we morgen niet meer met u te maken hebben.

— Ik kan ook vandaag al ophouden met uw gids te zijn.

— Ja? Des te liever. Mij allang goed. Dus vandaag al?

— Zeker, wanneer ik tenminste mijn geld tot aan Fort Yuma betaald krijg.

— Dat kunt u krijgen, onmiddellijk! Van die paar centen zal ik niet arm worden en bovendien zal Sam Hawkins geen geld van ons willen hebben. Julius! Heb je nog geld genoeg in je zak? Of moeten we ervoor in den koffer?

Julius bleek geld genoeg in zijn zak te hebben, de scout werd uitbetaald en hij streek het geld op. Blijkbaar had hij dien twist uitgelokt, om in den tijd, dat Sam weg was, het geld te ontvangen en nog dienzelfden nacht, zonder risico, door de Finders te worden afgemaakt, weg te kunnen gaan.

Hij gooide zijn geweer over zijn schouder en nam zijn paard bij den teugel, sprong er op en.... Dick Stone greep hem beet.

— Waar gaat u heen?

— Dat hoef ik jou toch niet aan je neus te hangen? Heb je er iets op tegen?

— Ja, wel degelijk.

— Spijt me voor je, maar ik zal je er niet naar vragen.

— Toch is Dick Stone wel de man ervoor, om naar zijn oordeel te vragen.

— O ja? En waarom?

— U weet, dat we hier overvallen zullen worden en het is dus een kwestie van vijand of vriend.

— Mooi.

— En nu u weg wilt, weet ik allang, waarheen.

— Zoo, waarheen dan?

— Naar de Finders.

— Waarom zou ik dat doen?

— Om ons te verraden natuurlijk.

— Man je bazelt. Maar nu wil ik je ooa wel vertellen, waarheen ik dan wel ga, ik ga naar de soldaten, om daar te wachten tot het dag wordt. Ik ben hier ontslagen, dus kan ik hier niet langer blijven; dat verbiedt mijn eer mij.

Eén enkel oogenblik verslapte de hand van Stone en juist dat oogenblik deed het paard van den scout een geweldigen sprong, zoodat de teugel aan Dick's hand ontglipte. Weg was de scout, weliswaar in de richting van de soldaten.

Maar het volgende moment had Dick zijn geweer al in de hand en wilde schieten.

Vlugger echter dan hij het geweer aan zijn wang had kunnen brengen, werd het omlaag gedrukt en een stem zei:

— Niet schieten! Maakt lawaai, ik breng hem terug.

En als de wind schoot een gestalte langs hem heen. Het was Schi-So, die met vervaarlijke snelheid niet het paard achterna,

Sluiten