Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar den kant van de Finders opging.

— Laat hem maar rustig gaan; hij brengt hem wel terug, zei nu Wolf.

— Maar dat is volkomen onmogelijk! vond Dick.

— Nee, laat hem gewoon gaan; hij heeft wel moeilijker staaltjes volbracht.

— Nou ja, het is te donker om er nu nog achterna te gaan. Laten we er het beste maar van hopen; maar ik vrees het ergste. Wat zal Sam daar wel van zeggen!

Maar Sam zei niets, want die zat nog steeds te luisteren naar het geluid der hoeven. Duidelijk hoorden de twee vrienden het paard snuiven, maar geen voetstappen meer.

— Het komt terug, dacht Will hardop.

— Ja, en in stap.

— Merkwaardig.

— Ja, laten we hier gaan liggen, dan kunnen we eens kijken, wat het eigenlijk is.

Zij gingen liggen en nog lagen ze nauwelijk of daar kwam het paard in zicht. Ondanks de duisternis zagen zij duidelijk, dat er nog slechts een ruiter opzat en dat de andere er aan een touw achteraan sleepte.

— Schi-So! riep Sam opeens verrast ben jij het?

— Hallo! Waar zit gij? Zeg toch liever gij tegen mij; ik wil graag de gewoonten van mijn volk getrouw blijven.

— Wat hebt gij daar?

— De scout.

— Hoe komt dat?

— Hij liet zich zijn geld geven en wilde toen tegen onzen zin weggaan.

— En toen?

— Toen ben ik hem nagerend en heb hem ingehaald, toen hij den weg naar de Finders opging. Ik sprong achter op zijn paard en heb hem met mijn revolver een slag gegeven, zoodat hij verdoofde. Nu sleep ik hem achter mij aan.

— ALLE DONDERS!! Dat heb je hem prachtig geleverd, zeg, dat zal ik eens aan je vader vertellen. Je bent een tweede Old Shatterhand geworden!

Schi-So glimlachte ietwat verlegen bij deze lofuiting.

— Ik mocht geen lawaai maken bij dat alles, want anders zou ik de vijanden aan het wantrouwen maken.

— Keurig gedaan, hoor; ik maak je mijn compliment!

Nu konden zij verder zoo snel mogelijk naar het kamp teruggaan en weldra waren zij er dan ook aangekomen.

Daar vernamen de beide verkenners, wat er in dien tusschentijd was gepasseerd, voor zoover Schi-So het niet verteld had en nadat Schi-So vele mooie woorden van allen in onvangst had genomen, kwam de muzikale zonderling op de proppen.

— Maar mijn goeie man, hoe kon u nu in 's hemelsnaam van het kamp weggaan, terwijl ik nog zoo gezegd had, dat er niemand van hier mocht gaan, zonder toestemming van Dick Stone, die

Sluiten