Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u zeker niet zou hebben laten gaan.

— De begeestering voor de muziek in mij heeft mij gedrongen, een wandeling te maken. /•

— Zoo? Een verre dan toch wel; en wat verder?

— Toen kwam er een mooi thema in mij op.

— Zoo.

— En toen heb ik het zitten overdenken.

— Zoomaar, ergens gaan zitten?

— Ja.

— En toen kwam er ineens iemand aan.

— Ja. Dat wil zeggen, die viel over me.

— Ai! En toen?

— Toen vroeg hij me wat, maar dat kon ik niet verstaan, want hij sprak Engelsch en zoo vlug, dat ik er niets van verstaan kon.

— En was hij vriendelijk.

— Nee, heelemaal niet, want ik heb de eerste de beste keer, dat hij me wat losser had, benut om te vluchten, want ik vertrouwde het niet erg.

— Dat was de eerste verstandige daad, die ik van u gezien heb, al heb ik het niet gezien. Maar wel gehoord.

— Zoo? Hebt u het gehoord?

— Ja, weet u wel, wie het was?

— Nee, dat kan ik niet raden. •

— Het was de verkenner van de Finders en het zou ons wel eens het leven hebben kunnen kosten.

— Dat denk ik niet, want....

— Ach, houd toch op met dien onzin! En luister nu eens goed: Van nu af zult u precies doen, wat er door mij gezegd wordt, want ons aller leven hangt er van af. En ik laat me nu eenmaal niet door een ander om hals brengen. Dus dat hebt u heel goed begrepen?

Nu moest allersnelst met de maatregelen voor denoverval begonnen worden. Het vuur, dat tot dusver zeer hoog opgelaaid had, moest worden verwaarloosd, zoodat het uit zou gaan. De soldaten moesten gewaarschuwd worden en de vrouwen en kinderen moesten worden weggebracht. Ook de mannen, die niet tot vechten in staat waren, dus de vier Duitschers, moesten naar de soldaten toegaan en hen naar het kamp sturen.

Alleen met die Mevrouw Ebersbach hadden ze nogal wat moeite, want zij wilde met alle geweld meedoen aan den strijd. Hoewel ze erg mannelijk deed, vond Sam het maar het verstandigst, haar zoo snel mogelijk weg te doen geleiden, daar ze de heele zaak in het honderd zou kunnen sturen.

Gelukkig gelukte ook dat en weldra was er niemand meer dan het Klaverblad en de beide jonge mannen, Wolf en Schi-So. Deze had het als een zeer groote beleediging opgevat, wanneer hij niet zou mogen helpen met de gevangenneming der Finders, dus liet Sam hem maar blijven; en vanzelfsprekend dan ook Wolf.

Toen zoo alles zoover geregeld was, zei Sam:

Sluiten