Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naderbij geslopen om te zien wie het waren. Maar nu blijken het een stelletje moordenaars te zijn.

— Zoo?

— Ja, ik eisch onze onmiddellijke in vrijheidsstelling!

— Mooi zoo. je kunt eischen zooveel je wilt. Daar heb ik niets tegen, maar je zult morgen pas jullie handen losgemaakt krijgen, wanneer je aan dien mooien boom bengelt. Hihihihihiü

— Hoor eens, vader, wanneer je grapjes denkt te makenj moet je goed weten, wat je zegt, want ik denk, dat jullie het veeleer zijn, die aan dien paal komen te hangen.

Buttler, zei nu Sam ernstig, — om maar ineens een eind aan die kletspraat te maken, wil ik je even zeggen, dat ik geen kleermaker ben en Grinell heet, maar ik heet Sam Hawkens en ben lid van het Klaverblad. Daar zit Will Parker en naast hem zie je Dick Stone zitten. Wij zijn je wel al bekend genoeg, om je nog hoop op een lang leven te geven, niet?

Buttler antwoordde niets, maar was doodsbleek geworden en beet zich van woede en spijt op de lippen.

— Ik ben blij, dat je ons ervaren prairiejagers tenminste geen nonsenspraat op den mouw wilt spelden. Ikzelf ben vandaag bij jullie in je kamp geweest en heb alles gehoord, wat je gezegd hebt. Jullie zijn de Finders. Dat wist ik al in Xavier elBac.

Buttler richtte zich woedend op en wilde juist beginnen tegen te spreken, toen de officier hem den mond snoerde met de woorden:

Zwijg, ellendeling! Ieder woord is verspilling. Geen getuigen zijn er noodig. De heeren van het Klaverblad kunnen gaan waar zij verkiezen; hun getuigenis zal niet noodig zijn Ik als officier van de regeering ben getuige geweest en wat de heeren mij allemaal verteld hebben is evengoed, alsof zij het aan den rechter hadden verteld. Alle twaalf zullen onvoorwaardelijk den doodstraf krijgen en wel den dag na aankomst te Tucson Daarop geef Ik mijn woord van eer. Meneer Hawkens meneer Stone en meneer Parker, ik dank U ten zeerste voor de den lande wederom bewezen diensten. U kunt op mij vertrouwen deze mannen gaan alle aan den galg.

Nu zei ook Buttler maar niets meer, doch lag lusteloos en verloren voor zich uit te staren.

Er werden nu de noodige wachten uitgezet en men legde zich ter ruste. Eén der soldaten moest de wacht houden bij de gevangenen, maar die man had ook reeds den ganschen dag gestaan en geloopen en gereden, dus hij was nogal moe. Daar de soldaten een geregelde nachtrust gewend waren viel hun het waken zeer zwaar en zij dommelden dus meer, dan zij waakten.

Dat was heelemaal niet zoo erg, want de gevangenen waren door de prairiemannen nog eens extra goed overgebonden en konden zij zich dus onmogelijk losmaken. Maar het toeval had den scout juist naast Buttler gelegd en toen allen zoo'n beetje m slaap waren stootte de scout Buttler aan met zijn voet.

— He, Buttler! fluisterde hij.

Sluiten