Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Wat is er nou? was het lustelooze antwoord.

— Luister eens naar me.

— Wat dan? *

— Draai om, dan zal ik eens wat zeggen.

Buttler deed dat zoo onopvallend mogelijk en toen hij zich geheel had omgekeerd, zei hij:

Jij was toch de gids van die ellendelingen? Hoe komt het,

dat zij je zoo smerig behandeld hebben?

— Ze dachten, dat ik gemeene zaak met je maakte.

— Maar dat was toch niet zoo?

Nee, maar ze maakten ruzie en hebben me ontslagen.

— En nu Ug je hier?

— Ja, ik wilde weggaan, maar toen mocht ik niet. Ze zijn me achterna gekomen en hebben me hier vastgelegd.

— Nou?

En nu moeten ze me morgen weer loslaten, want ze kunnen mij niets ten laste leggen.

— Maar wat heb ik daarmee te maken?

— Alles. Ik heet Polier en wilde graag, dat U een beetje vertrouwen in mij wilde hebben.

— Waarom?

— Omdat ik mij op hen wreken wil, maar dat kan ik niet alleen. Daarom wil ik U bevrijden, wanneer ik morgen vrij zal zijn. Ik heb een geweer en wanneer U doet wat ik U raad, dan bent U morgenmiddag vrij.

Ach, man, hou toch op! Hoe kan ik nu nog ooit vrij komen!

— Als U doet, wat Ik zeg, dan is alles nog niet verloren.

— Wat dan?

U moet U met het transport ziek toonen en heen en weer

gaan wankelen, maar niet onmiddellijk. Later pas. Dan zal de luitenant wel aan U vragen, wat er aan hapert, en dan zegt U, dat het dien slag tegen Uw hoofd is, die U het rijden onmogelijk maakt. Dat moeten ook al Uw mannen doen en zeggen. Dan zal die luitenant waarschijnlijk wel even een keer laten rust houden. Daarbij moeten ze Uw voeten losmaken, want U wordt natuurlijk op Uw paard vastgebonden. Wanneer die voeten dan vrij zijn, moet U zoo snel mogelijk het snelste paard uitkiezen en er vandoor rijden.

— Dat is nogal wat.

— Ja, maar gemakkelijk te doen, wanneer het leven ervan afhangt en zelfs wanneer de handen gebonden zijn is het te doen.

— Tja....

Buttler peinsde.

Of zijn Uw menschen U zoo lief, dat ge zonder hen met

vrij wilt zijn?

— Onzin; ieder is zichzelf het naaste en een ieder voor zich en God voor ons allen.

— Dat dacht ik immers ook.

— Maar dan?

Nou, dan vliegt U mijn kant uit, dus terug, want ik rijd

Sluiten