Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die oproerige Indianen voor Uw uiterlijk al bang zouden worden? Ik wil U nu toch wel even vertellen, dat....

Rollins, de bankier, die mee had staan luisteren, toen de man de beide namen hardop stond te lezen, kwam nu plotseling tusschenbeide.

— Wacht eens even, heeren, wanneer ik wel verstaan heb, dan is dat een wel zeer achtenswaardig tweetal, deze heeren hier. Want die naam heb ik meer gehoord. Kan dat meneer? Mijn naam is Rollins, ik ben bankier te Brownsville in Arkansas. v

— Yes Sir, zei nu Frank, dat kan, want ik heb op raad van een mijner vrienden, Old Firehand, al mijn geld bij U neergezet. En later heb ik er weer afgehaald, d.w.z. U hebt het me doen opzenden.

— Ja juist, dat wist ik immers wel! U had indertijd toch in de buurt van Fillmore City, bij het Zilvermeer, geloof ik, een heele massa goud gevonden, niet?

— Ja, lachte Frank goedig, er waren heel wat vingerhoedjes vol.

Nu sprong echter Forner overeind en riep

— Allemachtig! Is dat werkelijk waar? Bent U werkelijk toen er bij geweest aan het Zilvermeer? Is het mogelijk?

— Zeker wel en mijn neef hier ook.

Met deze woorden wees hij op zijn makker.

— Tja, dat weet ik nog heel goed. Dus U bent toch wel al eens eer hier in het Wilde Westen geweest? Ik herinner me nog levendig, dat Old Firehand en niet te vergeten Old Shatterhand en Winnetou en dikke Jemmy en lange Davy en Hobble Frank en Tante Droll en nog zoo veel anderen! Dan kent U die mannen dus misschien ook wel?

— Dat denk ik wel, grinnikte Frank, terwijl hij op zijn maat wees, deze hier is Tante Droll.

— Wat? Is het mogelijk? Neen, dat kan immers niet?

— Dan kan hij zeker ook niet Hobble-Frank zijn? En toch is hij het, dat verzeker ik je.

Nu kwam er aan de uitroepen van den man werkelijk geen einde meer.

—Ongeloofelijk! Volkomen ongeloofelijk! Hoe kan zooiets nu bestaan? Ik heb altijd gedacht, dat die mannen gekleed waren in een oude pij, met een stuk vilt met veeren op hun hoofd. Maar nu zie ik, dat het er anders uitziet; hoe kan dat nu? Ik kan het nog steeds niet gelooven.

En toch is het zoo, zei Frank met een ietwat dwaze logica, omdat het zoo is.

Ja, maar dat men het jullie heelemaal niet kan aanzien, wat voor prachtkerels je bent, dat vind ik nou juist zoo'n raadsel. En mijne heeren, wat doet het mij een genoegen U hier te zien, wat doet me dat een genoegen!

Hij stond nog handen te schudden met hen, toen de bankier hem wegduwde en de beide mannen onder den arm nam:

Sluiten