Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— O ja? kwam Frank gebelgd.

— Zeker.

— En waarom dan, zeer geleerde heer organist Emeritus Fredericus Hamlet?

— Ik heet Hampel.

— Nou ja, was je maar Hamlet, dan waren we je kwijt.

— Dat is niet erg

— Maar waarom is het anders dan ik zeg? Wat beteekent dat woord dan?

— Dat beteekent spijsvertering.

— Juist. Daar wilde ik je hebben.

— Dus heb ik gelijk.

Geen sprake van. Mijn woord beteekent heel wat anders.

— Dan kwam het hier dus niet te pas.

— Dat kwam het wel. Indigestie beteekent spijsvertering. Maar wat beteekent gesticulatie?

— Gebarentaal.

— Juist, en wat is het voorvoegsel indi?

— Innerlijk.

— Prachtig, mijn waarde Emeritus, dan praat je jezelf vast. Want ik bedoelde de innerlijke gebarentaal, dus de taal, die mijn buik tegen me spreekt, door te gebaren, dat ik nu maar eens met eten moest ophouden.

— Dat is je reinste onzin.

— Dat een ander die taal niet kan verstaan, dat is mijn schuld niet. Ik heb echter geen woord gebruikt, dat onmogelijk is. Of niet?

— Nou ja, maar dat kan ik niet volgen, hoor.

Frank was een van die weinige menschen, die wel eigenwijs zijn, maar als het moet ook steeds kunnen bewijzen, dat ze gelijk hebben, al is het voor een gewoon mensch onzin; toch kan men hen dan geen ongelijk geven want ze hebben het bewezen.

Tja,brave, het gaat er net mee, als in die fabel van den kikker en de os.

— Zoo.

— Ken je die?

— En of.

— Hoe is die dan?

— Een kikker wilde zich evengroot maken als een os, die hij tegenkwam en hij blies zich op, maar.... barstte uiteen.

— Juist, meneer, en de moraal?

— Hoezoo?

— De strekking ervan in betrekking tot ons.

— Dat weet ik niet.

— Dan zal ik het je vertellen. Jij bent de kikvorsch, die niets bent en niets kent.

— Ja?

— Ja. Zeker, want je ben toch zeker niets, bij my vergeleken?

— Natuurlijk niet, maar vertel verder?

Sluiten