Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Allen waren nu geheel oor, want de toon, waarop de zonderling die laatste woorden had uitgesproken deed vermoeden, dat hij den heethoofdigen Frank in de val wilde laten loopen.

— Nou en jij tracht je op te blazen tot je even groot bent als ik.

— Staat dat zoo in die fabel?

Ja, want de kikker ben jij en ik ben de groote o....

Hij hield het laatste gedeelte van het woord in, want nu pas bemerkte hij, dat hij erin geloopen was. Hij had zichzelf voor een os uitgemaakt. In de hitte van het twistgesprek had hij niet gemerkt, dat men in spanning zat te luisteren,, tot hij zich zelf voor een os zou uitmaken. Nu hij het echter gedaan had, merkte hij het wel degelijk, maar te laat: allemaal zaten te brullen van het lachen en toen hij even rondkeek en kwaad begon te worden, omdat men hem uitlachte, ging er een uitbundig gejoel op.

— Houd op met dat idiote gelach, want ik heb nog niets gezegd!

— Dat is wel waar! Je hebt jezelf voor een os uitgemaakt. Je bent erin geloopen!!

Zoo klonk het dooreen en de driftige Frank sprong resoluut op en schreeuwde:

— Hou je gezicht, anders verdwijn ik gelijk hiervandaan. Ik laat me niet uitlachen!

Zijn woorden waren echter olie op het vuur, want er was geen houden meer aan. Allen lagen op en over elkaar, laveloos van het lachen en al was er een ongeluk gebeurd, dan nog zouden ze niet hebben kunnen ophouden.

Maar dat was heelemaal niet naar den zin van den goedigen, maar tevens erg driftigen Hobble-Frank.

Hij wachtte nog even, maar toen het gelach niet alleen bleef doorgaan, maar zelfs nog aanzwol, toen nam hij een korten draai en wandelde naar de poort.

Niemand dacht er in de verste verte aan, dat hij het gemeend zou kunnen hebben, maar hij tuigde rustig zijn paard op, zadelde het en sprong erop.

— Hé, wat ga je doen?

— Kom je nog terug?

— Met dreigen krijg je ons toch niet bang!

Deze en nog andere uitroepen weerklonken en niemand geloofde, dat hij werkelijk weg wilde gaan. Maar Frank stoorde zich er heelemaal niet aan, doch reed kalm door.

Alleen Tante Droll wist, dat zijn neef driftig genoeg was, om zoo obstinaat weg te loopen, maar hij wist tevens, dat hij wel weer spoedig terug zou komen.

Vanuit het huis waren de menschen komen aanloopen om te zien, waarom er zóó gelachen werd. Allen waren buiten zichzelf van plezier, alleen één was er, die niet in de algemeene vreugde deelde. Dat was Schi-So. Als Indianenzoon had hij de gewoonte zijn neigingen en luimen niet te laten zien en

Sluiten