Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

donker voor.

— Hoe groot was het?

— Toen het in het water zat, kon ik het niet zoo bekijken, maar toen het opsprong, was het zoo groot als een mensch.

— Aha, dus het sprong?

— Ja.

— Dan moet het een werveldier geweest zijn.

Allen volgden met spanning de ondervraging, want zij zagen wel, dat de Emeritus de zaak degelijk aanpakte.

— Laten we eens alle klassen, families en geslachten nagaan. Was het behaard?

— Nee, heb ik niet gezien.

— Dus was het geen aap.

— Die zijn hier niet eens.

— Stil nou; was het geen visch?

— Neen, want die springt niet met 'n schreeuw uit het water?

— Oh, met een schreeuw? Dan is het in ieder geval een zoogdier geweest. En daar het geen aap was, was het misschien een hond?

— Nee, want die zwaait toch niet met armen en beenen?

— Zoo? Dus het zwaaide met armen en beenen? Dan moet het wel een mensch geweest zijn.

— Nee, want er kwam geen menschelijk geluid uit

— Hoe deed het dan?

Nu zette Mevrouw Rosalie haar borst uit en sperde haar mond zoo ver mogelijk open.

— Oehaoehaoehaoehaoehaoehaoehaaaaaaahüü

Alle aanwezigen sprongen doodelijk verschrikt overeind.

— Heere-god, wat moet dat niet voor een verschrikkelijk monster geweest zijn?

— Een tijger, een panter, een leeuw, een gorilla? klonk het dooreen.

— Stil allemaal, want we weten nu, dat het geen roofdier geweest is, sprak de verstandige stem van den Emeritus.

— Wat is het dan?

— Luister eens het sprong en het gaf geluid en het leefde in het water, dus moet het een ■ kikker geweest zijn.

— Ja, dat was het, jubelden de beide vrouwen.

— of een pad.

— Nee, dat was niet zooiets als een pad, want het sprong eenige meters hoog.

— Dus we hebben het al. Het is een kikvorsch geweest.

Geen sprake van, bracht Sam nu in het midden, want een kikker wordt nooit zoo groot als een mensch.

— Nee, dat is weer waar.

— Kan het geen reuzenkikker geweest zijn?

— Nee, de grootste is de ossen-kikvorsch, die wordt wel een meter hoog.

— Niet waar, die wordt niet grooter, dan een menschenhand.

— Nou ja, dan zijn we toch al dichter bij de oplossing.

Sluiten