Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Nee, van een kikker heb ik niets kunnen merken.

— Was je hier dan wel werkelijk, toen die dames hier kwamen?

— Ja, wat dat betreft, was ik die dames wel erg in de buurt.

Nu drong Mevrouw Rosalie naar voren en zei:

— U heb ik anders niet gezien, meneer Frank, maar wel die ossenkikker. Wanneer u dan werkelijk zoo dicht bij ons in de buurt bent geweest, moet u hem ook gezien hebben. Hij was waarachtig groot genoeg.

— Hoe groot dan?

— Zoo groot als een mensch.

— Nou, nou, zoo groot wordt geen enkele kikker in de heele wereld.

— En toch is het zoo, want hij kwaakte nog, terwijl hij opsprong.

— Ook dat kan alzoo niet, want een kikker kwaakt nooit gedurende het opspringen. En een ossenkikker wordt niet zoo genoemd naar de grootte van het dier, maar omdat hij als een os brult.

— Dat is hij, want hij brulde net als een os!! juichten de vrouwen tegelijk.

— Maar waar moet dat dier dan gezeten hebben?

Mevrouw Ebersbach leidde den ongeloovigen Thomas naar

den oever en wees het hem.

— Kijk, hier stonden wij en daar zat dat monster, dat ons even zat aan te staren en toen brullend opsprong; en daar ligt nog de ketel, die wij van angst hebben laten vallen.

Nu veranderde het gezicht van Hobble-Frank en heel langzaam begonnen zich lachplooien te vormen.

— U hebt dus wel goed gezien, dat het een kikvorsch was?

— Ja, eerlijk, we kunnen het allebei zweren.

— Dat is ongezond, maar waarom komen ze dan allemaal hierheen?

— Om dien kikker te vangen natuurlijk.

— En die geweren?

— Om te schieten, als 't soms iets anders geweest mocht zijn.

Nu schoot Frank in een lach, die aanzwol tot een werkelijk

daverend en brullend lachen, zoodat hij er bijna in blijven zou.

— Daar hoef je heelemaal niet zoo'n plezier om te hebben, want het is heelemaal geen lolletje, om midden in den nacht, wanneer het donker is, hier ver van de bewoonde wereld....

— den beroemden en geleerden Hobble-Frank voor een

reuzen-kikker aan te zien!! Hahahahahaü

Frank brulde het uit; nu begonnen de omstanders het één voor één te begrijpen en een algemeen gelach was er het gevolg van.

De eenige, die niet lachte, was natuurlijk Mevrouw Ebersbach, die zich leelijk in haar eer getast voelde, maar gelukkig sneller goed kon worden, dan Frank; weldra stemde ook zij in het gelach in, zoodat men het alweer eens was met elkaar

Sluiten