Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook niet voor den eersten den besten Indiaan op den loop te zullen gaan.

De regen deed, wat de moed van de Indianen ongetwijfeld te kort zou zijn gekomen: de reizigers werden met den grootst mogelijken spoed naar het pueblo gevoerd en later zou blijken, dat het opperhoofd erg gemakkelijk werk zou hebben om hen gevangen te nemen, iets, wat hem zeer te pas kwam, want wanneer hij het met vechten had moeten doen, dan zouden er menschenlevens bij gevallen zijn en daar was de hoofdman geenszins voor te vinden.

De stoet kwam al aardig in zicht van het pueblo en de beide mannen, die hun gemeen plan zoojuist met Ka Maku hadden beproken, vonden het maar beter om alvast naar binnen te gaan.

Bijaankomst van het gezlschap was de ladder opgetrokken en reeds begonnen de eerste druppels te vallen. Sam stapte dus snel af en ging op het pueblo toe. Daar boven op het eerste platform stond Ka Maku.

— Zijt gij Ka Maku?

— Ja, was het korte antwoord.

Het opperhoofd wilde hen binnen lokken, dus had hij besloten om niet te vriendelijk te zijn, daar men anders wel eens achterdocht zou kunnen krijgen.

— Wij wilden hier even afstappen; kunnen we hier wat water van u krijgen?

— Neen.

— Maar waarom niet?

— Omdat we ternauwernood zelf genoeg hebben.

— Maar ge kunt toch wel een beetje missen?

— Neen, dat kan niet.

— Maar ge ziet toch wel, dat er vrouwen en kinderen bij zijn?

— Dat zie ik.

— En wilt ge toch niet geven?

— Ik wil wel, maar we hebben zelf niet genoeg.

— Ik zie niet een man, waar zijn die naartoe?

— Op jacht.

— Maar dan hebt ge toch niet zooveel water noodig?

Sam bleef erg vriendelijk, want dat is tenslotte de beste methode om ergens iets gedaan te krijgen.

— Waarom zoekt gij dan zelf geen water in de natuur?

— Omdat het moeilijk zoeken is naar iets, wat er niet is.

— Hoe weet gij, dat er geen water te vinden is?

— Ik kom hier niet voor het eerst; bovendien weet ik, dat het water alleen in het pueblo uit den grond komt.

— Dat hebt ge goed geraden. Maar het is nogal zeldzaam.

— Wij zullen ervoor betalen.

— Ja, dat wil iedereen wel, maar gij weet toch wel, dat de strijdbijl tusschen de stammen is opgegraven? Dan moet men voorzichtig zijn.

Sluiten