Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Zeker, maar wanneer ik mijn naam noem, dan weet ge wel, dat wij vrienden van de roode mannen zijn.

— Wie zijt gij dan?

— Men noemt ons het Klaverblad. ...

Het Klaverblad? zei de hoofdman snel.

— Ja.

Dan weet ik uw namen wel; gij zijt Sam Hawkens, Dick

Stone en Will Parker,

— Juist, dat weet ge goed; mogen we nu even binnen komen, want de regen

Natuurlijk gij zijt onze vrienden, kom gerust bmnen.

Waarom hebt gij niet onmiddellijk gezegd, dat gij het Klaverblad zijt? Gij zijt welkom, mannen, mijn squaws zullen u en uw

squaws water brengen.

Nu werd de ladder neergelaten en konden de vrouwen en

kinderen naar boven klimmen.

Mogen we onze paarden ergens aanbinden? vroeg bam

weer den hoofdman.

Natuurlijk, Mr. Hawkens, in de corral kunt ge ze vastbinden.

De mannen gingen nu met de rijdieren naar de corral. terwijl de Duitschers hun vrouwen en kinderen den ladder op hielpen.

Het was maar nauwelijks op tijd, want allen waren nog niet op het platform, of daar brak de bui los. Geen gewone bui, maar een onweder, zooals slechts in die streken kan plaats vinden, want in minder dan geen tijd stroomde het „met bakken van den hemel". Een groot bliksemlicht verlichtte het uitspansel en tevens den geheelen omtrek en de slag, die nu volgde, deed de menschen het bloed in de aderen stollen.

Het moeilijkst was nog, dat allen door het gat moesten van de verdieping, waar men in moest. Dat gat was echter slechts

groot genoeg voor één mensch.

Men kan zich dus gemakkelijk indenken, dat het een gedrang gaf van belang, vooral nu de regen zoo bij stroomen neerstortte.

Daar kwamen de mannen ook al aan en daar ze hun paarden in veiligheid wisten, hadden zij niets anders te doen, dan hard te loopen naar de ladder, omdat iedere seconde in de openlucht een verschrikking was. Men kon ternauwernood op de been blijven.

Het spreekt dus wel haast vanzelf, dat de beide leeken. Mr. Rollins en Mr. Baumgarten, die nog pas enkele dagen in de wildernis hadden doorgebracht, het allerlaatst bij de leer aankwamen.

De meer gevordere mannen, die in het gat, waardoor men moest kruipen een veilig heenkomen zagen, aarzelden geen oogenblik, maar renden, zoo snel hun voeten hen dragen konten, den ladder op en lieten zich in het gat zakken, terwyl

Sluiten