Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Nee, allicht zal hij ons strak wel in een beter gedeelte huisvesten.

— Ik denk, dat hij ons zoolang maar hier heeft gestopt, omdat de mannen op jacht zijn en hij ergens anders geen plaats heeft.

Al dien tijd had Schi-So staan kijken naar de massa menschen en hij had er het zwijgen maar liever aan toe gedaan

Nu echter aller meening gunstig was, ten opzichte van den hoofdman, verhief hij zijn stem.

— Mijn broeders denken te veel goed over dien hoofdman.

— Hoezoo?

— Ik denk eer, dat hij ons gevangen heeft.

— Ge... .van... .gen?

— Ja.

— Hoe kom je daar zoo bij?

— Omdat hij dien ladder weggehaald heeft.

— Ja, daar hebben we het al over gehad.

— En....

— Nou?

— Hebben de mannen onder ons niets bijzonders gemerkt?

— Niets bijzonders? Nee, klonk het alom.

— Dan zal ik u iets gaan vertellen. Gaan Pueblo-Indianen wel eens op jacht?

— Hè? Wat? Nee, waarachtig je hebt gelijk. Die leven van de landbouw en van de veeteelt.

— Juist en als ze soms eens op jacht gaan, dan gaan zij toch zeker niet met zoveele tegelijk en zeker nu niet.

— Nu niet?

— Nee, iedereen weet immers, dat er oorlog is tusschen de verschillende stammen?

Nu waren allen verslagen.

— Tja, warempel, hij heeft gelijk.

— Allemachtig, dan zijn we werkelijk gevangen?

— Ja, maar gelukkig is dat niet zoo erg, want we zijn er zelf bij, met onze wapens.

Bij het licht van het eenigste oliepitje, dat in de groote ruimte aanwezig was, stonden de mannen elkaar verslagen aan te kijken.

Alsof het nog niet genoeg was geweest om hen te overtuigen ging Schi-So voort:

— En bovendien, waar is de petroleumkoning?

— Ja, waar is Grinley?

£>e mannen vroegen het elkaar en keken hulpeloos in de rondte.

— En waar zijn de bankier en diens boekhouder?

— Allemachtig!!!!!!

— Wel heel erg toevallig, dat juist die drie mannen ontbreken.

— Dat is het zeker.

— Erg verdacht.

Sluiten