Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Maar nu heeft hij voorgoed mijn dankbaarheid en mijn volste vertrouwen, zei de bankier dankbaar.

Nu verscheen Grinley weer voor de opening. Hij liet een ladder zakken en fluisterde.

— Het is gelukt, kom snel naar boven.

— Dat knnnen we niet, zei Baumgarten.

— Waarom niet?

— We zijn gebonden.

— Dat is beroerd, nu gaat er kostbare tijd verloren.

Hij daalde de ladder af en sneed snel hun riemen door. Verlicht stonden zij op en rekten hun ledematen.

Rollins greep Grinleys hand.

— Ik zal het nooit vergeten, Sir! Maar zeg toch eens, hoe u ons hier hebt....

— Sst. Stil. Daarover later. We moeten nu zoo snel mogelijk weg zien te komen, kom dus snel mee naar boven.

Hij klom omhoog en ging plat op den grond liggen op het terras.

— Doodvoorzichtig, anders zien ze ons, fluisterde hij.

De beide mannen kropen uit het gat en wrongen zich als slangen over den grond. Tot groot innerlijk vermaak van Grinley, die die comadie in elkaar gezet had en alles zoo kostelijk zag gelukken.

— Kijk! Daar staan de wachters. We mogen ons vooral niet oprichten.

De beide leeken wisten niet, dat alle wachters naar hen stemden te kijken en fluisterend er grapjes over maakten.

Na veel moeizaam kruipen waren zij op den beganen grond aangeland en nu konden zij snel achter elkaar naar buiten loopen.

— Héhé, eindelijk! Dat is gelukt. Nu vlug voort, zei de petroleumkoning.

— Nee, Mr. Grinley, zei Baumgarten. Onze metgezellen zijn immers ook nog gevangen.

— Natuurlijk.

— Maar dan mogen wij hen niet aan hun lot overlaten.

— Waarom niet?

— Wij hebben immers de plicht, hen te redden?

Onzin Hoe komt u daarbij. Die hoofdman heeft ons wat

voorgelogen. Zijn krijgers zijn niet op de jacht, maar in het pueblo. Wat doen wij tegen zestig of zeventig zwaar gewapende Indianen?

— Alles goed en wel, maar....

Ik ben niet van plan, voor hen mijn leven te riskeeren!

Wees blij, dat ik u gered heb.

Dat ben ik ook. Maar ik vind het toch jammer voor hen.

— O, die zullen heusch wel voor zichzelf zorgen. Het zijn allen flinke kerels, die best een uitweg zullen vinden.

— Dat denk ik ook wel. Enfin, laten we het in ieder geeval hopen.

Sluiten