Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gezelschap hadden niet de minste notie, van wat er gebeuren kon en dan konden zij in hun enthousiasme wel eens een beetje te overmoedig worden. Vooral die Mevrouw Ebersbach kon de gekste dingen zeggen, zonder dat men er iets tegen kon doen, want dan begon zij onmiddellijk met tegen te spreken en dan was er geen houden meer aan.

Neen, het was wel verreweg het beste, haar wat bang te maken en dat gelukte Droll soms wonderwel.

Frank uitte het voorstel, even naar buiten te kijken, of er soms een wacht voor zat en dat deed hij, door zijn hoed op den loop van zijn geweer te steken en dien naar buiten te steken. Was er een goede wacht geweest, dan had er al een kogel in dien hoed moeten zitten, maar er werd nog steeds niets gehoord, zoodat men al bijna ging gelooven, dat er geen wacht bij gezet was.

Dat zou te mooi zijn, dat kon zelfs Hobble-Frank niet gelooven en daarom ging hij zoover mogelijk met zijn hoofd in de opening en keek onder zijn hoed door.

— Oei! Dat is een leelijke tegenvaller!

— Wat is er dan? Wat zie je?

— Nou, daar zitten drie kerels op ons te wachten; als we nu naar beneden springen zijn we leelijk de sigaar.

— Dat denk ik ook; dan maar niet eruit.

— Nee, dat is te gevaarlijk, want we kunnen immers maar bij één te gelijk naar buiten komen, dus van een gevecht is ook al geen sprake.

— Nou ja, laten we dan maar liever wachten, tot Old Shatterhand en Winnetou bij Forner zijn aangekomen, dan zal het wel niet lang duren en dan is ons leven gered.

— Laten we nog eens probeeren, of het gat van boven nu ook nog bezet is.

Sam nam zijn zeldzaam oude vilthoed en stak deze boven op zijn geweer. Dit stak hij tegen de kleine opening, die er in het deksel was.

Nauwelijks had hij dat echter gedaan, of er weerklonk een schreeuw buiten en er vielen meerdere geweerschoten.

— Dat ziet er steeds leelijker voor ons uit, mannen, liet Droll zich weer eens hooren.

— Ja, jammer van al dat zware werk. We hadden net zoo goed al dien tijd kunnen slapen.

— Net alsof je daar wat mee opschiet!

Het was een groot geluk voor hen, dat het zoo'n gemengd en tevens opgewekt gezelschap was, want anders hadden zij allang den moed laten zakken.

Mevrouw Rosalie had zooals altijd, weer het hoogste woord, maar ook zij, die anders lang niet op haar mondje gevallen is, wist nu geen anderen raad te geven dan dien van te wachten tot Old Shatterhand en Winnetou zouden zijn gekomen om hen te redden, al had zij die mannen ook nooit gezien.

In het eerst kon zij dat niet gelooven, dat twee menschen als

Sluiten