Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woog het bij hem niet al te zwaar meer. Slechts zoo nu en dan konden zijn gedachten hem niet met rust laten en moest hij erover denken.

Dat Buttler zoo'n groot vuur aanmaakte was werkelijk tegen alle regelen der wildernis in, want wanneer men niet weet of er vrienden of vijanden in de buurt zijn, dan doet men toch zeer verstandig om zoo weinig mogelijk van zich te laten zien. Maar Buttler moest wel volhouden, dat het niet gevaarlijk was, omdat hij anders de argwaan van den bankier zou hebben kunnen opwekken, die immers moest denken, dat er in deze streken nooit iemand een voet zette.

Dat hij er verkeerd aan deed, dat was alzoo een feit.

Niet zoo heel ver benoorden van hen waren n.1. nog twee ruiters, die eveneens hun oogen gericht hadden op dat beekje, waaraan zij lagen gelegerd.

De een was een blanke en reed op een prachtigen rashengst met roode neusvleugels en die mooie golvingen in zijn lange haar, die bij de Indianen een teeken zijn van voortreffelijke eigenschappen.

Zoowel zadel als het andere leer was van de mooiste soort Indiaansche handenarbeid.

Die man was niet erg lang en niet erg breed, maar van een bijna ongekende lichaamskracht en met zenuwen van staal en spieren van ijzer. Hij had een donkerblonde ringbaard en een zonverbrand, ernstig gezicht. Zijn kleeding was zeer eenvoudig en van franjes voorzien. In de wildernis is het heelemaal niet erg, wanneer men ontoonbaar is van het vuil, maar zelden zal men iemand ontdekken, die even schoon was, als deze man. Hij zag eruit, alsof hij zoojuist van huis vertrokken was en toch was hij reeds vele dagen en nachten onderweg.

Er waren verschillende dingen aan den man, die hem onmiddellijk boven andere menschen stelde, maar wat het allermeeste aan hem opviel, dat waren zijn wapens.

Hij had om te beginnen twee geweren bij zich: één heel dik en kort geweer, dat een dikken loop had en een kogelrond slot. Dat was zijn Henry-geweer, een mitrailleur die 25 schoten achter elkaar kon afschieten. Het andere geweer, dat hij bij zich had, was eveneens een geweer, dat zijns gelijke niet had, noch in Europa, noch ergens anders op de wereld, want het was een geweer van een soort, zooals die niet meer gemaakt worden. Zijn berendooder was dat, want hij kon er de gro'otste dieren met één schot mee dooden. Het was een uiterst zwaar geweer, dat een normaal man nauwelijks kon oplichten, want het was ontzettend zwaar. Maar, in de handen van dien man kon het ieder voorwerp, dat binnen de draagwijdte van het schot lag, zeer zuiver raken. Er was in die dagen dan ook geen beter schutter te vinden. Het kleine, de Henry-buks, was volgens de Indianen een toovergeweer.

In de heele Ver. Staten v. Amerika was er niet één man, die wel eens wat gelezen of gereisd had, die niet wist wie die man

Sluiten