Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de handen van Winnetou.

Winnetou reed wat voorover gebogen, maar wie hem kende zou wel weten, dat hij dat niet deed, omdat hij vermoeid was, of niet goed rijden kon, maar omdat hij ergens naar zocht.

Blijkbaar was dat ook zoo, want plotseling richtte hij zich in den zadel op en sloeg zijn geweer tegen zijn wang. Onmiddellijk daarop klonk een schot en hij reed door naar den boom, waarop hij geschoten had. Zijn paard zette hij vlak tegea den boom aan en hij ging op zijn zadel staan om met de rechterhand in een gat te gaan, waaruit hij even later een dier te voorschijn haalde, dat bij nader inzien een waschbeer bleek te wezen. Het was zoo groot als een middelmatig groote hond en had een lichtgele kleur.

Dergelijke waschberen zijn door de jagers zeer gezocht en het is dan ook erg moeiÜjk, er een te vangen of te schieten.

Nauwelijks echter had hij zijn buit in de hand of daar weerklonk een tweede schot door de stilte der natuur en oogenblikkelijk riep Winnetou:

— Akya, Selkhi-Lataü

Dat beteekent: Daar is Old Shatterhandü

Merkwaardig genoeg had Old Shatterhand gewoon zijn weg vervolgd, toen hij opeens uit zijn gedachten wakker werd geroepen door het schot van Winnetou, waarop hij onmiddellijk uit riep:

— Dat was de stem van de Zilverbuks!!

Onmiddellijk greep hij zijn berendooder en daar knalde reeds het schot, dat ook door Winnetou herkend zou worden.

Westerlingen uit Europa mogen het dan vreemd vinden, maar het is een feit, dat een prairieman de stem van bekende geweren kan herkennen, zooals wij de stem van een hond kunnen herkennen uit duizenden.

Na nog een paar malen een schot te hebben afgevuurd, kwamen zij eindelijk bij elkaar. Wat een weerzien! Wat een vreugde van twee mannen, die elkaar zooveel te vertellen hebben!

— Wat doet het mijn ziel goed, dat ik mijn goede blanke broeder vandaag reeds te zien krijg!!!

— Ja, we zijn nog een dag rijden van Forners Rancho af en nu reeds zien wij elkaar.

— Ik heb zoo vaak met weemoed aan je gedacht!

— Ja, ook ik ben vol van geluk, dat ik je nu al terugzie.

— Hoe gaat het met je? De dagen verloopen en de zon gaat op en weer onder, maar mijn vriendschap blijft nog steeds dezelfde.

— Zoo is het bij mij ook. Het was mij, alsof ik niet compleet was, sinds ik van je scheidde.

— Is er in dien tijd veel gebeurd?

— Zeer veel; wanneer wij aan het kampvuur zitten, hebben wij elkaar heel veel te vertellen. Weet mijn broeder hier in de buurt en goede plek voor een kampvuur?

— Ja, een zeer goed, waar we ook een vuur kunnen stoken, om den waschbeer te braden, die ik zooeven geschoten heb.

Sluiten