Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loren! riep hij spijtig, terwijl hij zich herstelde van den eersten schrik.

— Dat vleesch zou toch voor U verloren zijn, want sinds wanneer weet een Indianenhoofdman niet eens, dat men reeen niet met paarden moet jagen, maar met list?

— Onze paarden loopen harder dan de Uwen.

— Die opschepperij neem ik U niet kwalijk, maar zonder insluiten kan men die vlugge dieren nooit vangen, onthoud dat.

— Poeh! Ik heb....

— Gij hebt af te stappen. En snel!

— Waarom?

— Omdat ik met U spreken wil. Laten wij wat in de schaduw gaan staan.

— Waarom juist daarheen? vroeg Ka Maku achterdochtig.

— Omdat ik met U spreken wil.

— Willen mijn beide beroemde broeders niet met ons meegaan naar het pueblo?

— Zeker, wij zullen toch wel naar het pueblo rijden, maar eerst zullen wij hier de vredespijp rooken.

— Is dat dan noodig? Die hebben wij immers reeds lang samen gerookt?

— Toen was er vrede in het land, maar thans is de strijdbijl opgegraven.

— Ja, bracht nu Winnetou ook in het midden, wij vertrouwen slechts hen, die de calumet met ons gerookt hebben.

— En wie dat niet wenscht te doen, zullen wij als onzen vijand beschouwen.

Old Shatterhand zei dat, terwijl hij gevaarlijk met zijn buks speelde en Ka Maku kende dat ding, dat steeds maar door kon schieten, maar al te goed.

— Mijn broeders wenschen het, dus zullen wij het ook doen.

Hij zei dat niet al te vroolijk, maar daaraan stoorden de anderen zich geenszins.

In de schaduw gezeten, begon Old Shatterhand:

— Voor we nu de calumet gaan rooken, moet ik Ka Maku eerst iets vragen.

— Goed.

— Welke krijgers zullen wij in Uw pueblo te zien krijgen?

— De mijne.

Geen anderen?

— Neen.

— Ook geen vreemde krijgers, blanken?

— Neen.

— Men kan in deze tijden van oorlog niet voorzichtig genoeg zijn, dat moet ge begrijpen.

— Dat doe ik ook.

Sluiten