Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar beneden gaan en om te laten zien, dat werkelijk Old Shatterhand er was, met het alom beruchte geweer, nam hij het lichtje van den man op den korrel en drukte af.

Het licht was verdwenen en de man had een gil van pijn uitgestooten. Nu nog snel achter elkaar haalde hij drie andere lichtjes uit de handen van degeen die het droeg en nu weerklonk een stem boven alles uit:

— Kom mee naar binnen allemaal, want dat is het toovergeweer van Old Shatterhand.

In dien tusschentijd waren de mannen der gevangenen allen uit het gat geklommen en wanneer Sam eens natelde, hoeveel er waren, miste hij er niet één.

Nu behoefde men niet erg bang meer te zijn, want het grootste gevaar was nu geweken, daar de soldaten van het pueblo allen boven waren en dus geen enkel beetje kwaad konden uitrichten.

Wel moesten zij in de gaten gehouden worden, daar ze natuurlijk na een tijdje wel zouden probeeren voorzichtig naar beneden te komen om een van de blanken neer te schieten.

Old Shatterhand verzamelde zijn menschen allen in een boschje, waar geen eind kwam aan de dankbetuigingen, maar hij wimpelde alles af en zei alleen:

— Nu moeten we alleen nog de eigendommen terug hebben, want we mogen niet van hier weggaan, zonder alles terug te hebben.

— Ka Maku? vroeg Winnetou.

— Ja.

In korte woorden hadden de beide vrienden alles alweer van elkaar begrepen: Zij moesten Ka Maku en de drie andere terug gaan halen en hen uitwisselen tegen de eigendommen der gevangenen, want anders zouden de Indianen het toch niet terug willen geven.

Terwijl Sam met zijn beide Klaverblad-leden de paarden ging halen, nam Winnetou de paarden van Old Shatterhand en zichzelf en zij maakten zich gereed, om weg te rijden.

De anderen werden zoolang in veiligheid gebracht en daar reden de mannen weg: Old Shatterhand en Winnetou, en de drie kameraden van het Klaverblad.

In de buurt van den hoofdman Ka Maku gekomen, stegen zij af en Old Shatterhand ging eerst voor naar de gebonden mannen, want men kon nooit weten: zij konden wel eens gevonden zijn door een paar bekenden en nu doen, alsof zij nog gebonden waren, om zoodoende een hinderlaag te vormen voor de terugkeerenden.

Omzichtig sluipend kwam Old Shatterhand tenslotte dicht naast Ka Maku te liggen en hij betastte zeer voorzichtig zijn boeien. Ze waren allen nog ongeschonden, dus kon hij wel opstaan. Dat deed hij en wel zoo dicht bij den hoofdman, die voor zich uit lag te staren, dat deze er geweldig van schrok.

— Ka Maku zal zich wel wat verveeld hebben, niet?

Sluiten