Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK.

HET PETROLEUMMEER.

Wanneer eenmaal de strijdbijl tusschen twee verschillende stammen Indianen opgegraven is, dan worden er allerlei toebereidselen gemaakt, om elkaar zoo snel mogelijk te verslaan, wat gewoonlijk overeenkomt, dat zij elkaar zoowat uitmoorden.

De volwassen mannen maken zich op tenstrijde en terwijl zij voor voldoende voedsel zorgen, gaat er een stel zeer ervaren mannen op uit, om te verkennen. Dat is noodzakelijk.

Dat verkennen gebeurt om te weten te komen, hoeveel mannen er bij de andere stam strijdvaardig zijn, en tevens wil men dan te weten komen, welke tactiek er gevolgd zal worden. Dat er voor die verkenningstochten geen kinderen gebruikt worden, spreekt dus vanzelf.

Wanneer beide stammen echter verkenners uitsturen, dan kan het weer eens voorkomen, dat die beide troepen op elkaar stuiten, wat dan tot zeer ingewikkelde gevechten aanleiding is, daar er hier onvoorbereid de meest geslepen menschen tegenover elkaar komen te staan. Het dooden van de tegenpartij is hoofdzaak, want dan kunnen de vijanden overvallen worden, zonder dat zij door hun verkenners zijn gewaarschuwd geworden.

De gebieden van de Nijora's en van de Navajo's grensden aan elkaar en juist op die grens was het Gloomy-water, waar de petroleum-bron zou moeten liggen.

De tocht van de vijf menschen, die op weg erheen waren, was dus allesbehalve ongevaarlijk. Dat wist Grinley drommels goed, maar er was nu eenmaal niets aan te doen, want wanneer hij het uitstelde, dan was er een grooten kans, dat er iets tusschen zou komen, doordat de beide slachtoffers bang weiden, of wantrouwig, wat zij in hun hart toch al waren.

Nu is het een algemeen bekend verschijnsel, dat bij een oorlog tusschen twee Indianenstammen, beide stammen de blanken als gemeenschappelijken vijand beschouwen. Om dus in deze gevaarlijke streken door te dringen was voor een blakke al heelemaal weinig aanlokkelijk.

Wel wisten de bankier en zijn boekhouder, dat er krijg was, maar dat het in het gebied, dat zij juist moesten doortrekken, uitgevochten zou worden, dat wisten zij niet en anders zouden ze zeker niet gegaan zijn.

Nog slechts één dagrit van den Chelly verwijderd, hadden de mannen opeens een ontmoeting: rustig over een open vlakte

Sluiten