Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijdend, die met boschjes was bezaaid zagen zij plotseling een ruiter voor zich.

Groot was hun verbazing en, waar het Grinley en zijn handlangers betrof, zeer gergerd.

Het was een blanke; een grooten koffer had hij achterop gebonden en hij was zeer goed bewapend.

— Hallo! riep de vreemde, dat hadden eigenlijk roodhuiden moeten zijn!

Blijkbaar was hij even verrast, hier reizigers te treffen, als zij.

— Dan was je scalp er niet lang opgebleven! lachte Grinley gemaakt.

— Hoho, zoo gauw hebben zij mijn scalp niet!

— Zoo. Wie zijt gij?

— Dat is een vraag, die ik heelemaal niet behoef te beantwoorden. En ik zal het niet doen ook, want wie hier in het Westen nog niet weet, dat ik een koerier ben, is hier een vreemdeling en dus niet gerechtigd te vragen, wie ik ben.

— Ik weet wel, dat ge een koerier zijt, maar ge behoeft niet grof te worden.

Grinley wond zich erover op.

— Dat ik vroeg, wie of gij was, deed ik, omdat hier in deze streek nog nooit een koerier geweest is. Wat doet ge hier?

— Alweer een vraag, die iemand niet antwoorden moet. Maar omdat ge nog onervaren zijt, zal ik u toch wel even zeggen, dat ik mijn oude route niet genomen heb, omdat er te veel te doen is, nu met den krijg tusschen de Navajo's en de Nijora's. Wanneer ge dus doorrijdt, dan ziet het er erg leelijk voor uw hoofdhuid uit.

— Daar hebt gij niet mee te maken! Wij hebben uw raad niet noodig!

— Mij best, hoor, maar.... (en hier monsterde hij de anderen) .... ik zie, dat er twee heeren bij zijn, die nog teveel heer zijn, om lang in het Westen te zijn geweest. Dus zal ik u toch nog even willen waarschuwen, dat er geen beter weg naar den dood voert, dan dien, welke gij nu volgt.

— Hoe bedoelt ge dat? vroeg Rollins nu verschrikt.

— Zooals ik het zeg.

— Dus er is gevaar?

— En niet zoo'n beetje.

— Daar, waar wij heengaan?

— Ja, u gaat toch naar de Chelly?

— Ja.

— Daar kom ik net vandaan.

— En? Hebt ge er geen perto....

— Nou, hoor eens, viel Grinley hem grof in de rede, wanneer u dien kerel liever gelooft, dan mij, dan moest u maar liever met hem meegaan.

— Maar we kunnen die overeenkomst toch wel over een paar dagen afhandelen?

Sluiten