Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Blij, dat je erbij kwam, zei Grinley tegen Buttler.

— Dat heeft de deur dicht gedaan bij hem.

— Maar het stond gevaarlijk.

— Ja, dat deed het zeker.

— Nu is het wel gauw gebeurd.

— Gelukkig maar.

— Wat ga je ermee doen?

— Weet ik nog niet,

— Schieten of verdrinken?

— Ik zou eigenlijk allebei willen vermijden.

— Waarom?

— Omdat het altijd onaangename herinneringen geeft.

— Maar toch niet laten leven?

— Nee.

— Wat dan?

— Nou, bijv. opsluiten in dat hol.

— Hm.

— Niet goed?

— Och ja, best. Wanneer?

— Zoodra we het geld hebben, dan een slag met een geweer.

— Polier ook?

— Nee, die hebben we nog noodig.

— Waarvoor?

— Als we overvallen worden door Indianen, dan doen we met drie man meer dan met twee en later kunnen we hem altijd nog om zeep brengen, zoodra het ons goed dunkt.

Dat was een goed plan, want de omgeving hier was zeker gevaarlijk.

Gevaarlijker zelfs, dan zij vermoeden konden.

Even later kwamen de beide broers weer aan den waterkant terug en nu vroeg Grinley:

— Wel, Meneer, wat denkt u ervan?

— Nou, prachtig!!!!

— Kijk eens aan, maar wat die koerier over die Indianen zei, dat was niet zoo prachtig en daar kon after all toch wel eens iets van aan zijn; daarom zou ik er op willen aandringen, dat er voortgang in de zaak kwam.

— Goed.

— Dus, als u er niets meer op tegen hebt, dan zullen we gelijk het geldelijke gedeelte afhandelen.

— Maar dat kunnen we toch net zoo goed

— Nee, er is afgesproken, dat het hier gebeuren zou, zoodra u overtuigd was, dat er werkelijk petroleum te vinden was. En daar twijfelt u toch wel niet meer aan?

— Nee..nee..

— Nou, goed dan, dan zullen we maar gelijk de zaak afmaken. U hebt immers papier en inkt meegenomen?

— Ja.

— Dan kunnen we beginnen.

Sluiten