Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Maar gij waart erbij.

— Ja.

— Dan hadt ge er iets tegen kunnen doen.

— Dat was onmogelijk, want wij waren daar te laat mee; het was al reeds gebeurd.

— Dan had gij u van die lieden moeten afscheiden.

—• Dat hebben wij gedaan, door hen te verdrinken.

— Zwijg, ellendeling! gij zijt een lafaard!

— Maar we hebben toch uw broeders gewroken.

— Niet waar! Want, wanneer ge dat niet gedaan had, dan zouden hun scalpen nu aan mijn gordel bungelen.

— Maar....

— Moeten wij u daarvoor dankbaar zijn? Wij zullen u naar waarde beloonen; de dood wacht u!

Het was zeker niet zoo veilig, als de Navajo's wel meenden; zij hadden een klein vuur aangemaakt, om wat vleesch op te braden, en nu lagen allen om dat vuur heen met een stuk vleesch in de hand en zouden juist beginnen te eten, toen er iets gebeurde, dat zij wel in het minst verwacht hadden.

Mokaschi namelijk, die den derden verkenner had zien wegsluipen, had hem stilletjes laten gaan, heimelijk berekenend, dat deze verkenner wel meer mannen zou gaan halen, om wraak te oefenen op de twee doodgeschoten broeders.

Daarom was hij snel teruggegaan, om zijn manschappen te gaan waarschuwen. Er lagen er dertig in de nabijheid en deze volgden hem nu zoo snel mogelijk naar de plaats, waar de hoofdman het spoor van den Navajo-verkenner verlaten had.

Nu kwamen zij aan het dal, waarin het petroleum-meer lag en ze zagen juist de gevangenneming der blanken.

— Zullen wij hen nu maar meteen inrekenen? vroeg een zijner krijgers.

— Neen, ik moet eerst weten, waar die andere blanken zijn; wij hebben aan het spoor gezien, dat er vijf mannen geweest zijn en nu zijn er nog maar drie, dus moeten we eerst kijken, waar die andere twee kunnen zijn.

Na een vruchteloozen tocht echter moesten zij erkennen, dat er geen spoor van die twee te vinden was. Er liep geen spoor naar buiten uit het dal en in het dal waren ook geen sporen meer van hen te zien. >

Nu volgden zij dus maar de sporen van de acht Navajo-mannen, die hun gevangen blanken wel ergens zouden hebben verborgen, wanneer zij tenminste naar hun dorpen waren gereden.

Maar zij waren niet teruggereden. Dat was heel onverstandig van hen, daar zij slechts met weinigen waren en het in de buurt wemelde van de vijandige verkenners.

Mokaschi vond de plaats, waar de Navajo's lagen, dan ook heel spoedig en hij zag, dat die mannen heelemaal geen idee ervan hadden, dat zij zoo onvoorzichtig waren.

Het was slechts het werk van een oogenblik, het kamp te omsingelen en op het oogenblik, dat de hoofdman zijn krijgs-

Sluiten