Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lang te zoeken.

Expres, om Winnetou den tijd te laten, den omtrek van het meer goed te kunnen bekijken, had men niet te vlug voortgemaakt en bereikte men het meer eerst na twee uren.

Reeds begon men iets te ruiken, van petroleumlucht, toen men in de verte Winnetou zag aankomen.

— Owee, dat is niets goeds.

— Waarom niet?

— Omdat hij ons anders wel aan het meer zou hebben opgewacht.

— Maar daar kunnen wel Indianen liggen.

— In elk geval beter, dan dat hij niet te zien was, wanneer we aan het meer kwamen.

De meeningen waren nogal verdeeld en men wilde hem al met vragen overstelpen toen Winnetou al van verre riep:

— Er is in het geheel geen gevaar, maar we moeten ergens anders heen gaan, want ze zijn hier al geweest!

— Niets gezien?

— Heel wat.

— Maar niets bijzonders?

— Ja, ook.

— Wat dan?

— Kom mee.

Allen waren nu nieuwsgierig geworden en toch zei Winnetou geen enkel woord.

Toen zij bij den ingang gekomen waren, wees Winnetou op een plek in het gras en zei:

— Kijk, hier hebben ze gelegerd....

— Wie?

— Die dertig krijgers der Nijora's.

— Wanneer?

— Gisteren.

— Verder.

— Ja, Winnetou zal alles vertellen, wat er gisteren gebeurd is.

Allen luisterden, zoowel de vrouwen als Old Shatterhand,

— Daar hebben zeven Navajo's gelegerd.

Hij wees naar het gebergte aan den overkant.

— Die ruiter, wiens spoor wij gisteren reeds zagen, is de achtste en hij heeft zijn mannen erbijgehaald, om de bleekgezichten gevangen te nemen.

— Is dat gebeurd?

— Ja.

Allen keken elkaar aan.

Winnetou ging voort:

— De bleekgezichten zijn overmand geworden, maar intusschen zijn de Nijora's gekomen en hebben zich hier verstopt.

— Ja, daar kun je het nog zien, vond Frank.

— Daar hebben zij gewacht, totdat de Navajo's met de gevangenen het dal uitkwamen en toen zijn zij hen gevolgd, om hen te overvallen.

Petroleumkooing 11

Sluiten