Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Dan zal hij dus ook het geld hebben gehad.

— Ja.

— Dan zal hij dus de beide mannen wel al hebben koud gemaakt.

— Dat hopen we niet.

— Ja, we kunnen hopen, maar als het zoo is, dan is er niets meer aan te veranderen.

— Laten we dan eens naar binnen rijden.

— Dat is goed.

Old Shatterhand reed voorop de kloof binnen en de anderen volgden hem. De reuk van petroleum werd ieder oogenblik sterker.

Toen men zoover gekomen was, dat het meer zich voor hen uitstrekte, stonden allen stomverbaasd ernaar te staren en zij wisten niet, wat ze ervan zeggen moesten.

Allemachtig! Wat is dat nou?

— Dat ruik je toch wel.

— Maar hoe kan dat nu?

— Dat moet je mij niet vragen.

— Maar wie heeft er ooit hooren praten, dat hier olie gevonden werd?

— Niemand.

— Ik ben hier niet lang geleden nog geweest en toen was er van olie nog geen spoor.

Allen probeerden elk op zijn manier te zien, wat voor olie het was. Men stak den vinger in het water en rook eraan, men groef in het zand, om te zien, of het daar soms ook in zat.

Old Shatterhand en Winnetou waren nog eens rond het meer gewandeld, om te probeeren, meer te weten te komen omtrent de sporen, die daar te zien waren.

Sam Hawkens, Dick Stone en Will Parker waren met Droll en Frank er achteraan gegaan en nu zei Old Shatterhand:

— Pas op, anders bederven jullie alle sporen met je geloop!

— Maar we willen meezoeken.

— Waarnaar?

— Naar de plaats, waar de worsteling heeft plaats gehad.

— Die hebben wij allang onderzocht.

— Wij wilden ook nog eens kijken.

— Die plek is al lang door de paarden onleesbaar geworden.

— Maar waar zoeken jullie dan nog naar?

— Naar het gat, waar de vaten in verstopt zijn geworden.

— Dat zal toch niet zoo moeilijk vallen.

— Nee, maar ik kan het toch maar niet vinden.

— Een gat, waar zooveel vaten ingaan, moet toch erg groot zyn.

— Ja.

— En dat heen en weer rollen der vaten kan toch ook niet zonder sporen gebleven zijn.

— Neen.

Sluiten