Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik? ik zie niets, het is een doodgewone steenhoop, zooals er hier zooveel zijn.

— Dat zie ik wel, maar toch zeg ik, dat erachter het hol is,

■waar de leege vaten in zitten.

— Waarom dan?

— Zie je dien tor daar niet?

— Die steenkever?

— Ja.

— Die zag ik allang.

— En, wat zie je er aan?

— Niets dan dat hij dood is.

— Hoe zou hij gestorven zijn?

Nou, niet aan keelgriep of eksteroogen, maar doordat net

zijn tijd was.

— Neem hem eens weg.

Frank deed het, maar moest eerst den steen wegnemen, waar de kever door vastgeklemd zat.

— Wat zie je nu?

— Dat hij daar vast zat.

— En zegt je dat niets?

— Och, hij is er tusschen gekomen.

— Wanneer? . , Well, toen.... toen.... allemachtig, wat ben ik een sul-

fertü

Dat was een mooi compliment, maar hij had het als prairieman verdiend. ..

Old Shatterhand glimlachte en nog stond hij daar zoo naar Frank te kijken, toen zijn gezicht opeens verstrakte.

— Wat heeft mijn blanke broeder? vroeg Winnetou.

— Ik hoor iets, stil!

Weer luisterden allen nauwlettend, maar er werd niets gehoord en men maakte er al weer grapjes over.

— Als er maar geen beer in zit!

— Nee, maar een boschgeest zou wel kunnen.

Dergelijke opmerkingen werden gelanceerd, toen opeens Old Shatterhand zich bukte en weer opsprong:

— Heere God! Daar zitten menschen in! Vooruit, weg met

die steenen!

Allen hielpen mee, terwijl Old Shatterhand vroeg.

— Zijn daar menschen binnen?

— Ja, klonk het tweestemmig.

— Wie zijt gij?

— Ik ben Rollings.... Ik ben Baumgarten!

Rollins en Baumgarten!! Wie had dat kunnen denken..

Er was onmiddellijk een algemeen gissen omtrent het lot der beide mannen, want iedereen dacht, dat ook zij door de Nijoras

waren gevangen genomen.

Na betrekkelijk korten tijd waren de beide mannen bevrijd en zij werden met een hoera-tje ontvangen, toen ze eruit kwamen.

Sluiten