Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tallooze vragen bestormden de twee, die te verbouwereerd waren om nog iets te zeggen. Daarom kwam Old Shatterhand ertusschen en zei:

— Laten we hen nu eens even met rust laten, dan zullen we straks wel hooren, of zij soms dorst of honger hebben. Gaan jullie nu even allemaal zitten.

Zooals alles wat Old Shatterhand zeide, werd uitgevoerd, gingen allen nu om de beide geredden heen zitten en toen die weer wat op hun verhaal gekomen waren, begon Old Shatterhand hen langzaam aan uit te vragen.

— Zijn jullie hongerig?

— Nee, heelemaal niet.

— Heb je dorst?

— Ook niet.

— Zitten jullie daar dan al lang in?

— Nee, een dag.

— En niet gewond?

— Nee, alleen erg geschrokken.

— Waarvan?

— Wel, van de dreiging, van den dood.

— Verder niets? Kimt u nu wat vertellen?

— Ja.

— Goed, wij luisteren.

De beide mannen deden nu het heele verhaal, dat wij kennen, en alles werd door de anderen met verbazing vernomen.

— Winnetou en ik hebben u al eer gezien, zei Old Shatterhand.

— Zoo? Wanneer?

— Een dag, nadat u het pueblo verlaten had; toen zaten jullie met vijven aan dien beek.

— Zoo?

— En we hebben een heeleboel uit het gesprek vernomen.

— Dus dan hebt u ook gehoord, dat het een petroleum-bron betrof?

— Ja.

— En dat wij naar het Gloomy-Water wilden?

— Ja. Waar geen petroleum te vinden is.

— Denkt u, dat er geen olie zou zijn. Waarom hebt u ons dan niet gewaarschuwd?

— Waarom? Omdat het de vraag is, of u ons geloofd zoudt hebben.

— Och....

— U bent immers al tevoren van verschillende zijden gewaarschuwd?

— Ja.

— Bovendien hadden wij geen tijd, om ons onmiddellijk met u te bemoeien, want de gevangenen in het pueblo waren in een meer onmiddellijk levensgevaar.

— En is het u gelukt hen te bevrijden?

— Dat ziet u immers wel.

Sluiten