Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mannen, die in het hol bezig waren, half op de tast rond te loopen en te zoeken, naar de vermeende oliebronnen.

Even later hoorde men nog wat meer: het rollen van leege vaten en een uitroep van_ Rollings liet een ieder die buiten stond, weten, dat hij de werkelijke bronnen gevonden had.

— Wat een ten hemel schreiend schandaal!!! riep hij, nadat ze weer naar buiten gekomen waren.

— Ja, dat hebben wij van het begin af al geweten, lachte Droll, en de anderen stemden nu met hem in. Men kon nu niet langer boos zijn op de schurken, want er had niemand het leven bij gelaten.

— Ach, wat een boeven zijn dat toch! Ze hebben al die olie hierheen gebracht, om mijn geld afhandig te maken en ons dan het leven ook nog af te nemen. Wat een schurken!!!

Rollins kon er maar niet over uit.

— Maar hebt u die olie dan niet onderzocht?

— Ja zeker.

— En?

— Puik!

— Maar is het u dan heelemaal niet opgevallen, dat het geen aardolie is?

— Nee?

— Nee, natuurlijk niet.

— Wat dan?

— Geraffinneerde petroleum, ruik maar.

— Och, och....

— Hoelang denkt u wel, dat die hier op het meer gedreven heeft?

— Eerst dacht ik duizenden jaren, maar nu....

— weet u dat het er slechts een dag op gedreven heeft.

— Ja.

— Weet u niet, hie u dat direct had kunen weten?

— Neen.

— Ziet u die visschen dan niet drijven?

— Ja.

— Wat zegt u dat?

— Niets, ze zijn dood, ja, meer niet.

— Hoe komen zij dan dood?

— Door de olie.

— Juist, maar waar komen die visschen van daan, wanneer het meer geen toevoer heeft?

— Die.... die hebben hier altijd geleefd.

— Juist, maar hoe lang drijven ze dan wel niet? Duizend jaar?

— Nee dat is zoo.

— Niet langer dan twee dagen, anders waren ze allang vergaan.

— Ja.

— Jammerend over het verlies van zijn geld vroeg de bankier tenslotte aan Old Shatterhand:

De Petroleumbonfng 11*

Sluiten