Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ja.

— Wat zal hij daar dan bij moeten zingen?

— Niets.

— Niets?

— Natuurlijk niet.

— Maar dat moet.

— Waarom?

— Omdat het een opera is.

— Maar dat is waanzin!

— Het publiek wil het nu eenmaal.

— Het publiek zal toch niet zoo dom zijn, dat te willen?

— En toch moet het.

— Maar dat is Oh! Om je dood te lachen.... Win-

netou besluipt zijn vijanden en zingt er een liedje bij!!!

Hahahahahahahah!!!!!

— Maar als het nu eenmaal moet?

— Ja, dan moet het. Doodgewoon!

— Maar wat zingt hij dan? Vergeet niet, dat het publiek hem nog niet kent. Hij moet zichzelf erin voorstellen.

— Mooi. Daar gaat het dan: Hij kruipt over den grond en zingt:

Ik ben de groote Winnetoe,

Als opperhoofd geboren.

Ik ben het sluipen nimmer moe En luister met mijn ooren 'k Ben bekend en zelfs berucht En voor geen gevaar beducht.

Nauwelijks had hij dat schoone gewrocht voorgedragen of hij zette zijn borst uit en vroeg:

— Nou, wat een product, niet?

De organist zweeg beleefd.

— Wat? Hé! Hoe is het je bevallen? Goed of niet?

— Niet, bekende de Emeritus.

— Niet???? Je zult toch wel een beetje verstand van muziek hebben? Dan kun je toch wel een gedicht beoordeelen?

— Ja, dat wel.

— Nou, en?

— Niets „en".

— Wat is je oordeel?

— Dat hoef ik toch niet te zeggen?

— Jazeker.

— Ik zou je maar krenken.

— Zeg op, toe!

— Goed, dan zal je het te hooren krijgen: het was knudde.

— Stop! Wat was het?

— Knudde.

— Oh!! Oh!! Wat moet me daar overkomen!

— Kom, kom, zoo erg is het toch niet?

— Hoe zei je, dat het was?

Sluiten