Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Knudde.

— Dus het was KNUDDE, he?

— Ja, volkomen, zei de Emeritus met een gerust geweten.

— Dan heb ik het laatste woord tegen jou gezegd. Saluut!

Fluitend reed Frank een eindje van hem vandaan, onderwijl tegen zichzelf zeggend:

— Nu nog mooier! Die noemt, wat IK gemaakt heb: Knudde! Verschrikkelijk!

Old Shatterhand riep hem echter terug, omdat men de troep niet te groot mocht doen schijnen en dus dicht bij elkaar moest blijven.

Frank kwam dus terug en ging naast Droll rijden, die hem vroeg:

— Hoe komt het nu, dat je weer zoo ver weg was?

— Ik heb me kwaad gemaakt.

— Zoo? Op wien?

— Op dien organist emeritus! Die orgeldraaier!

— Heeft hij je beleedigd?

— In den hoogsten graad Celsius.

— Allemachtig, dat wil wat zeggen. Wat heeft hij je gedaan?

— Ja, dat zal ik jou ook niet aan je neus hangen, ouwe tante!

Frank was nu eenmaal in een bui, dat hij geen vriendelijk woord voor een ander over had, maar gelukkig duurden die buiten van hem maar kort.

De savanne, die men uren lang had gevolgd, veranderde nu in een vlakte met harden steenbodem en men kon de sporen der vijanden al lang niet meer zien, alleen de zeer scherpe oogen van Winnetou en Old Shatterhand konden het nog volgen.

Tegen den middag werd om een uur of twee halt gehouden en men kon dan rusten, wat voor de vrouwen en kinderen wel noodig was.

Het was nog niet geheel avond geworden en men was nog midden in een woestijn toen de Apache inhield en afsteeg. Ook Old Shatterhand steeg af.

— Wat nu? vroeg Sam Hawkens, gaan we hier midden op de vlakte legeren, waar het er heelemaal niet geschikt voor is?

— Wij gaan hier niet legeren.

— Wat doen we dan?

— Wij wachten hier, totdat het wat donkerder geworden

is.

— Waarom?

— Omdat daar niet ver van ons af de bosschen zijn van den Chelly-rivier.

— Oh, en daar kunnen de Nijora's zitten?

— Juist, dus moeten we voorzichtig zijn.

Old Shatterhand steeg nu weer op en zei:

Sluiten