Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Winnetou heeft behalve die twee, die wij samen zagen, nog drie andere vuren gezien, dus zijn er in totaal vijf. Ik schat de sterkte op driehonderd mannen.

— Dus net zooals wij dachten, antwoordde Old Shatterhand.

— Wie is de aanvoerder? vroeg hij na een oogenblik van nadenken.

— Dat is Mokaschi, dien gij ook kent.

— Ja, dien ken ik heel goed; hij is anders geen vijand van ons, maar als wij zijn gevangenen weer willen terugnemen, dan zal hij ons wel niet langer als vrienden willen beschouwen.

— Ja, de „Buffel", die kennen wij zeker, maar dat hij de gevangenen zal laten gaan, is vooral in deze tijden zeer te betwijfelen.

— Hebt gij zijn gevangenen gezien?

— Ja, alle.

— En?

— Acht Navajo's en drie bleekgezichten.

— Waar waren zij?

— Zij lagen aan een der vuren, omringd door een kring van tweemaal dertig krijgers.

— Oei! Dat ziet er leelijk uit!

— Het zal zeer zwaar, zelfs onmogelijk zijn, hen eruit te halen.

— Maar toch moet het gebeuren, al is het morgenochtend, zei Old Shatterhand.

— Ja, morgen, dan zullen wij veel meer kans hebben.

Nu mengde Sam Hawkens zich erin:

— Waarom morgen beter dan vandaag. Laten we hen nu onmiddellijk aangrijpen.

— Nee, dat zou geen goed gevolg hebben. Waarom ons leven wagen, als we het morgen zonder dat afkunnen?

— Dat begrijp ik niet.

— Maar luister dan eens, zei Old Shatterhand, Sam, je weet toch, waar de Nijora's heengaan?

— Ja, naar de Navajo's.

— Goed, de manschappen liggen hier, dus zullen zij wel spoedig tegen de Navajo-krijgers oprukken.

— Ja.

— Laten we dus aannemen, dat ze morgen verder trekken. Snap je dat, Sam?

— Ja, dat snap ik.

— Zouden zij de gevangenen meenemen?

— Nee, dat zal wel niet.

— Mooi, dus

— Zullen zij hen onder hoede achterlaten.

— Zie je wel, dat het niet moeilijk is, even na te denken?

— Nee....

Sluiten