Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Emeritus veranderd.

Een gek is bij vele Indianenstammen een niet alleen ongevaarlijk, maar zelfs gezien man, omdat zij denken, dat er een verkeerde geest in zijn lichaam huist, en daarom zullen zij een gek nooit eenig leed doen.

— Weet gij wel zeker, dat die man niet meer bij zinnen is?

— Dat weet ik zeker.

— Hoe kimt gij dat weten?

— Omdat hij bij het gezelschap was, dat ik geleid heb, maar hij doet niets dan kinderlijke dingen en leeft alleen om verzen te maken. Hij wil geen mensch kwaad doen en is hier om uw menschen te bestudeeren en dan wil hij naar zijn vaderland teruggaan, om u te bezingen.

— Ja, dan is hij gek. Laat hem vrij uit gaan, mannen, maar wanneer hij het kamp verlaten wil, dan geven jullie hem den kogel.

De hoodman was al heelemaal niet vijandig gezind meer tegenover den organist, en vroeg Polier nu:

— Waar zijn de metgezellen van dien man?

— Dat weet ik niet.

— Vraag het hem dan.

— Dat kan ik niet.

— Waarom niet?

— Omdat die man alleen de taal van zijn volk verstaat en geen taal, die u ook verstaat.

— Dan spreekt ge in dien taal.

— Dat kan ik niet.

— Waarom niet?

— Omdat gij dan uw messen in mijn lijf zult omdraaien.

Even keek de hoofdman duister voor zich heen en zei toen:

— Goed, ge kunt ongestoord met hem spreken, maar denk erom, wanneer ik maar vermoed, dat gij niet eerlijk de waarheid tegen mij zegt, dan zal ik u eens wat anders leeren.

— Ik zal wel heel wat te weten komen, wat van groot belang voor u is.

— Denk maar aan mijn waarschuwing.

— Dat is niet noodig, want ik zal eerlijk zijn.

Polier begon nu den Emeritus te ondervragen en deze voelde niet, waarom. Hij dacht, dat Polier het allemaal uit louter belangstelling vroeg.

— Het opperhoofd der Nijora's moet weten, dat het gezelschap der reizigers bestaat uit Duitsche families en....

Hij hield even op.

— En? vroeg Mokaschi, waarmee hij verraadde, dat hij in spanning was.

— Er zijn nog zeer bekende en beroemde jagers bij hen.

— Wie dan?

— Sam Hawkens, Dick Stone, Will Parker, Hobble-Frank, Tante Droll, en nog anderen.

— Oef! Oef! Oef! hoorde men alom roepen, wat een namen!

Sluiten