Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Maar ze zijn toch immers niet....

— Stil, niet zoo hard; natuurlijk zijn ze nog niet gevangen genomen en ik heb hen op een dwaalspoor gebracht en nu zullen ze hen misschien niet vinden, maar het kan toch nog wel best zijn, dat zij hen toch vinden.

— En dan?

— Dan kunt u hen mooi helpen te ontvluchten.

— Hoe dan?

— Door te zien, dat u een mes te pakken kan krijgen. Maar zoo, dat niemand het ziet.

— Goed. En dan?

— Kom, kom, u bent toch wel slim genoeg, om te weten, dat ik het dan moet hebben.

— Wat moet u er dan mee doen?

Dat was alzoo geen bewijs van slimheid, maar Polier deed, alsof hij het niet merkte.

— Dan moet u eerst mijn banden lossnijden en daarna geeft u het mes aan mij, dan zal ik uw vrienden losmaken.

De brave organist verwijderde zich, maar onmiddellijk keerde hij zich weer om.

— Ik heb een mes.

— Ssstttü Hoe kan dat nu?

— Kan dat niet?

— Natuurlijk niet; ze hebben u immers alles afgenomen?

— In mijn vestzak heb ik nog een pennemes.

— Mooi, loop dan nog wat rond en kom zoo onopvallend mogelijk terug en ga dan naast me liggen.

— Maar waar heb ik dat mes dan voor noodig?

— Ach, om mijn banden natuurlijk door te snijden! zei Polier.

— Goed.

De goede Emeritus deed, wat er van hem gevraagd werd en omdat er zoo'n leven en beweging in het kamp was, kon hij ongemerkt de banden, waar Polier mee gebonden was, doorsnijden.

Maar terwijl dat allemaal gebeurde, vond er boven op de* berg een heeleboel plaats, dat een groote rol zou spelen.

De troep Indianen, die uitgestuurd waren, onder persoonlijke leiding van den hoofdman en die uit louter oudere, flinke mannen bestond, omdat het erom ging de twee ervarens te jagers en prairiemannen te vangen, slopen op het kamp der blanke slapers toe.

In het kamp daarboven was alles in de diepste rust; alleen de wacht deed zijn plicht en om na den vermoeienden rit niet in slaap te vallen, wandelde hij heen en weer. Het was Droll.

Allen waren in den diepsten slaap gedompeld, behalve HobbleFrank, die een uiterst benauwenden droom had.

Hoe het begon, wist hij later niet meer te vertellen, maar hij wist nog wel, hoe hij door een heeleboel vijanden werd overvallen en hoe hij daarmee worstelde, zoodat hij niet

Sluiten