Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De organist bezweek en gaf zijn mesje af.

— Zoo, en maak nou maar, dat je wegkomt. Wij komen later wel.

De arme, domme man deed, wat hem gezegd werd, en juist op tijd, want net toen hij bij het vuur van zijn makkers kwam, waren de laatsten hun geweren aan het bij elkaar zoeken, dus nam hij ook snel zijn degen en revolver en het mes, dat men hem had afgenomen, en hij verdween eveneens, precies op tijd.

Nu lagen alleen nog Polier, Buttler en Grinley bij het vuur en al de anderen waren weg. Toen het gehuil der Indianen aangeheven werd, lagen zij rustig daar, waar zij heel den nacht gelegen hadden, zoodat men aan hen niet zoo'n aandacht schonk, als wel noodig was.

Toen de stem van Old Shatterhand weerklonken had, was het weer even stil, want zij geloofden, wat Old Shatterhand zeide: hij zou Mokaschi doorsteken, wanneer zij te dicht bij kwamen en hij zou morgenochtend onderhandelen, wanneer zij zich rustig hielden.

Sam Hawkens en Frank kwamen onder de steenen vandaan gekropen en Sam zei:

— Wat een kerels, driehonderd laten zich door twee man overrompelen!

— Ja, zei ook Frank, ze zijn nu wel zóó overbluft, maar anders zouden wij het toch wel hebben klaargespeeld, dat waren we toch van plan.

— Jullie zijn een paar heldhaftige kerels hoor, en ik was blij, dat ik jullie stem hoorden, zei nu Old Shatterhand.

— Heelemaal niet heldhaftig, verontschuldigde Sam zich, we hebben gedaan, wat ieder ander gedaan zou hebben.

— Waar waren jullie dan, toen we overvallen werden?

— Buiten het kamp.

— Wat deden jullie daar, een wandelingetje maken, terwijl je eigenlijk slapen moest?

— Niet bepaald wandelen; ik had een benauwde droom.

— Maar toch niet met jullie tweeën?

— Neen, alleen, maar toen ik wakker werd, zag ik den organist niet en toen heb ik Sam gewekt.

— En toen zijn jullie er samen op uit gegaan?

— Ja.

— En je hebt hem niet gevonden?

— Nee.

— Dat komt uit, want hij zat hier aan het kampvuur. Die lastige vent heeft ons bijna om zeep gebracht. Waar is hij nu?

— Hier, kwam een piepstem.

De man stond verlegen achter een boom.

— Mooi, nou moet je me toch even vertellen, wat ter wereld je buiten het kamp moest uitvoeren?

— Ik wilde water halen.

— Water?

— Ja.

Sluiten