Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Daar doen ze verstandig aan, want wanneer het dag geworden is, kunnen wij hun sporen lezen en dan kunnen we hen achtervolgen. Dan waren zij verloren.

— Ja, je hebt gelijk, want daar komen ze al terug, zei nu Droll.

— Maar die drie schoften hebben we nog niet.

— Dat zal zoo moeilijk niet zijn, want ze hebben immers geen wapens.

— Nee, geen ander dan dat pennemesje.

Nu zagen allen in, dat Old Shatterhand gelijk had en men legde zich ter ruste, met een wacht erbij, want morgen zou het wel een zeer vermoeienden dag worden.

Den volgenden morgen, toen het dag werd, kon men alle Indianen aan de rivier zien zitten, zoodat het wel waarschijnlijk was, dat zij den geheelen nacht wakker gebleven waren.

Totnogtoe had niemand een enkel woord met Mokaschi gewisseld en deze had ook nog niet den mond geopend. Hij lag daar zoo onbeweeglijk, dat het wel leek, alsof de klap van Old Shatterhand hem gedood had.

Maar hij leefde wel degelijk en keek met zijn pientere oogen overal heen.

Old Shatterhand wilde hem juist toespreken, toen Winnetou dat zag en door een wenk te kennen gaf, dat hij, Winnetou dat liever deed. Dus hield Old Shatterhand zijn mond en Winnetou nam het woord.

— De hoofdman der Nijora's is een sterk man en een groot jager; een dapper krijger, die de sterkste buffel met één enkele pijl dood. Daarom heeft hij den naam Mokaschi ontvangen.

Hij wachtte even en keek Mokaschi doordringend aan.

— Ik zou graag als vriend en broeder met hem spreken en verzoek hem daarom mij te zeggen, wie ik ben.

Dat leek wel raar, maar dat had zeker een goede reden.

De hoofdman antwoordde dan ook:

— Gij zijt Winnetou, het opperhoofd der Apachen.

— Gij hebt goed gesproken; waarom hebt gij niet een bijzondere stam der Apachen genoemd, waar ik bij behoor?

— Omdat alle stammen der Apachen u als opperhoofd erkennen.

— Zoo is het. Dat groote volk is geheel onder mijn opperhoofdschap. Weet gij, tot welken stam de Navajo's behoor en9

— Zij zijn Apachen.

— En wat zijn de Nijora's, die u hun hoofdman noemen?

— Ook Apachen.

— Uw mond spreekt de waarheid. Maar wanneer zij allen tot één stam behooren, dan zijn zij allen broeders. En broeders vechten niet; tenminste, het is niet goed, wanneer broeders elkaar dooden. Die moeten elkaar liefhebben. Zij moeten elkaar bijstaan in gevaar en nood. Daar in het Oosten zijn de Comanchen, de doodsvijanden der Apachen. Wanneer die op een slechten dag eens overkomen om de bloedveete van eeuwen

Sluiten