Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pijp roken?

— Ja. Maak mij dan los.

Hij werd onmiddellijk losgemaakt.

De vredespijp van Winnetou deed de ronde en nu was de overeenkomst bezegeld en konden de blanken denken, dat zij voorloopig weer vrienden der Nijora's waren.

Na die ceremonie gaf Mokaschi allen de hand, evenals hij met allen gerookt had, daar anders de belofte niet voor dengeen goldt, die er niet bij tegenwoordig geweest was.

Langzaam en statig schreed hij weer terug naar zijn mannen, om hen te vertellen van de gevolgen van de onderhandelingen.

— Liever had ik de Navajo's ook vrij_ gehad, zei Old Shatterhand tegen Winnetou.

— Mijn broeder kan gerust zijn, want ook die zullen zij moeten vrij geven.

— Door wie?

—■ De Navajo's hebben een verstandig opperhoofd.

— Dus je denkt, dat we nu direct naar de Navajo's moeten gaan?

— Ja, want de drie schurken zijn daar.

— Ja, dat zal wel.

— Waarom? vroeg nu Sam.

— Omdat zij geen wapens hebben en zonder wapens zullea ze in de wildernis niet kunnen leven, daar ze ook geen voedsel bij zich hebben.

— En?

— De eenige menschen, die hen aan wapens kunnen helpen, zijn de Navajo's dus gaan ze daarheen.

— Maar het is de vraag, hoe ze daar ontvangen worden.

— Goed.

— Nee, dat denk ik niet, daar het er heelemaal op aan komt, wat ze vertellen.

— En hoe ze het vertellen, want Nitsas-Ini is om den drommel niet gek.

— Stil, wat doen die daar nu?

Droll wees ineens naar den overkant, waar de Nijora's alle» te paard stegen. Blijkbaar waren zij over de overeenkom zeer ontstemd en wilden niet langer op die onheilsplek blijven.

Het gezelschap kon nu dus gerust zijn en men sliep dan ook niet langer, maar ging onmiddellijk op weg.

In het kamp der Navajo's, waar het geheele leger der Navajo's bijeen was, stonden de vele tenten dicht bijeen en in het midden ervan verhief zich een zeer groote, met adelaarsveeren aan den ingang: de tent van het opperhoofd.

Nitsas-Ini, een groote kerel, met sterke vuisten en een meer dan verstandig gezicht, stond bij den ingang. Hij had een gezicht, waarin niets kwaads te bespeuren was en waarop gestrengheid en tevens vriendelijkheid te lezen waren.

Sluiten