Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Maar er zijn boomen, die een zieke schors hebben en toch zelf gezond zijn, gaf Buttler slagvaardig ten antwoord,

— Nitsas-Ini had diepe rimpels in zijn voorhoofd en hij zei streng: :

— Al meer dan honderd jaar kömen hier in deze steeken blanken en we hebben dus gelegenheid genoeg gehad, hen te leeren kennen; maar er zijn slechts heel weinig vrienden der roode menschen bij geweest.

Buttler werd het een beetje bang te moede, maar Grinley nam het woord.

— De „Groote Donder" mag eerst over ons oordeelen, wanneer hij gezien heeft, wat wij hem toonen en gehoord, wat wij hem vertellen.

— Wat hebt gij mij dan te vertellen?

— Wij zijn hierheeu gekomen, om u van een wissen dood te redden.

— Mij te redden?

De hoofdman snoof verachtelijk.

— Uit welk vreeselijk gevaar dan? vroeg hij spottend.

— Dat gevoar zijn de Nijora's.

— Pshawü Dat zijn dwergen, die wij met de voeten treden zulten, wanneer zij hier durven komen.

— Toch zijn zij gevaarlijk voor u.

— Waarom dan? stoof de hoofdman nu op.

— Omdat zij veel grooter in aantal zijn.

—• Zoo, al waren het er duizend, dan zouden wij hen nog vernietigen, want één Navajo, telt voor tien Nijora's.

— Dat weet ik niet.

— Maar ik wel. Gij komt ones helpen en ge hebt niet eens wapens bij u.

— Die hebben de Nijora's ons afgenomen.

— Bah! Slechts een lafaard laat zich zijn wapens afnemen.

Nu moest Grinley zijn houding weten te bepalen, want dat was

een beleediging en als hij die nam, dan was hij door den Indiaan zoo veracht, dat deze geen verhaal meer van hem zou willen accepteeren. Hij deed dus erg boos.

— Wij zijn gekomen om u en uw krijgers een dienst te bewijzen en gij speelt tegen ons op, alsof we hier als bedriegers komen. Wij zullen onmiddellijk weer weggaan.

Hij ging naar de paarden en wilde opstijgen, om zich een hou-' ding te geven, maar daar was de hoofdman even opgestaan en riep:

— Hela, krijgers, houd dien mannen vast!

Onmiddellijk werd er aan dien oproep gehoor gegeven en de drie mannen zagen zich in een slechtere, inplaats van in een betere positie.

Nu kwam de hoofdman op hen toe en vroeg:

— Wat dachten jullie nou? Dat je hier binnen kon vallen en weer wegrijden, alsof het hier een kroeg is?

— Maar wy....

Sluiten