Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len spelden.

— Dat is een beleediging. Of wy zijn vrienden, of wij zijn vijanden. Nietwaar?

— Ja.

— Wanneer wij vrienden zijn, zullen we u niet bedriegen en wanneer we vijanden zijn, waren we heelemaal niet hierheen gekomen.

Daar was de hoofdman het lang niet mee eens, maar de vrouw wist hem weer over te halen.

— Geef toch toe; ieder oogenblik kan het te.laat zijn om onzen zoon nog te redden.

— Goed, dan zij het zoo.

— Dus mogen wij weggaan, zoodra we dat wenschen?

— Ja.

— Dan is de overeenkomst gesloten en zult ge er wel den vredespijp over willen rooken.

— Gelooven jullie me niet? Ik ben geen leugenaar!

— Nee, dat weten we wel, maar toch is de pijp een belofte voor den krijger in oorlogstijd, wat geen ander woord is.

— Dan heb ik de pijp gerookt en als gij dan eens niet....

— Ge kunt gerust de pijp aansteken, want wij zeggen de waarheid en kunnen het bewijzen ook.

— Bewijzen? Hoe zoo?

— Zoodra wij hebben gezegd, wat wij weten, zult ge kunnen zien, dat we de waarheid spreken. Bovendien heb ik nog een papier, dat het bewijst.

— Een papier? Ik heb het niets op papieren begrepen. Daar wil ik niets mee te maken hebben.

— Maar dan kan de heer Wolf lezen, wat erop staat. Wilt ge nu de pijp met ons rooken?

— Ja, gaf de hoofdman eindelijk toe, nadat zijn vrouw hem smeekend had aangekeken.

— Voor u en al de uwen?

— Ja.

— Neem dan de calumet, want wy hebben geen tijd te verliezen.

Hij nom nu zijn pijp en stopte deze met reeds gesneden tabak, stak hem aan en gaf hem den hoofdman. Deze deed zes trekken en gaf hem door aan Buttler, die ook zes trekken deed en de pijp doorgaf aan Polier. Toen ook Grinley gerookt had, hij zeker te zijn, omdat de hoofdman voor al de zijnen gerookt had, maar hij dacht er geen oogenblik aan, dat Wolf geen deel had uitgemaakt van de pijprookerij en dat deze een vrij man was, die voor zichzelf moet rooken, zoodat hij nu dus vrij was om te doen en te laten, wat hij wilde.

Sluiten