Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Maar ge hebt nog niet bewezen, dat het de waarheid was.

— Ook dat kan ik.

— Doe het dan.

— Als ik u dat geef, dan weet ik, dat ge ons meer dan ooit zult vertrouwen, zei Grinley plechtig.

— Ik heb u nog nooit vertrouwd.

Nu gaf hij hem het papier, terwijl de beide andere schoften hem een waarschuwende blik toewierpen.

Nitsas-Ini gaf het onmiddellijk door aan Wolf, die het met kennersblik bekeek.

— Wat zegt u ervan? Zoo'n bedrag wordt immers slechts aan een eerlijk man uitbetaald? vroeg Grinley.

Wolf las het aandachtig en las het toen aan den hoofdman voor.

Deze zat voor zich heen te staren en vroeg:

— Dus gij heet Frinley?

— Ja.

— Wie zijn die beide anderen?

— Deze heet Buttler.

— Zoo.

En die heet Polier.

— Zoo.

Even was er een stilzwijgen en toen vroeg Grinley:

— En nu krijg ik m-n contract weer terug?

— Waar ligt die oliebron?

— Die oliebron?

Dat was een vraag om tijd te winnen, want hij wist niet, wat te antwoorden.

— Ja, die oliebron, zei de Indiaa nnadrukkelijk.

— Bij het Gloamy-Water.

— Daar is geen olie.

— Ja.

— Néé.

— Toch wel.

— Spreek me niet tegen! Er is geen olie in die buurt Gij zijt een groot bedrieger!

— Donders, wat is dat nu?

— Zwijg!! bulderde de hoofdman hem toe.

— Ik heb het dadelijk wel gedacht, zei Wolf.

— Ja, ik had hen in de gaten, maar ze zijn me niet te glad af, zei Nitsas-Ini.

— Dus nu zoekt u een uitvlucht om uw woord te kunnen breken?

— Ach, nieteling, voor een dwerg als gij zijt, zal ik mijn woord niet breken.

— Geef ons dan, wat ons toekomt en laat ons gaan.

— Dat zult ge hebben.

— Maar geef me dan het papier terug.

Ik zal het aan den blanke teruggeven, van wien ik het

gekregen heb.

Sluiten