Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— En dan?

— Dan zal deze wel weten, wat hem te doen staat, want gij zijt bedriegers en ge hebt dien man het geld afhandig gemaakt, door hem te bedriegen.

Wolf stak nu het papier rustig in zijn zak en nu riep Grinley, werkelijk bang:

>-— Hé, het is van mij, geef hier!

— Dat het van u is, hebt ge ons nog niet bewezen.

— Maar mijn naam staat erop!

— Dat kan wel zijn.

— Geef het dan!

— Neen! zei Wilf met een glimlach.

— Waarom niet? Wilt u ons bestelen?

— Nee, maar kalm aan met je woorden, hèè!

— Geef op dan!

— Neen.

— Waarom dan niet?

— Omdat er nog zoo veel in die verhalen is, dat wij eerst eens willen onderzoeken, voor we alles voor zoete koek aannemen.

— Zoo?

— Ja, menschen, die ternauwernood aan de gevangenschap der roodhuiden zijn ontkomen, hebben rust en eten noodig. Maar jullie willen onmiddellijk weer weg.

— Dat is onze zaak.

— Ieder ander zou met ons willen meegaan, om zich op de Nijora's te kunnen wreken. Ook dat wilt gij niet.

— Gij wilt alleen maar weg, heen snel weg, en dat doet ins denken, dat gij voor den een of ander wilt vluchten.

— Denk, wat ge wilt.

— Dat doe ik ook.

— Maar de hoofdman heeft de vredespijp met ons gerookt.

— Dat is zoo, ja.

— Dan moet hij zjjn woord ook houden.

— Dat zal hij ongetwijfeld.

— Dus hier met het papier.

— Neen.

— Wat dan?

— Ik geef het terug.

— Vooruit dan.

— Maar niet aan u.

— Aan wien dan?

— Aan den rechtmatigen eigenaar.

— Wat?

— Verstaat u het niet?

— Dat ben ik toch?

— Dat moet u bewijzen.

— Hoe dan?

— Doodat het door degeen, die na u komt, als waarheid wordt erkend.

Sluiten