Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hier met dat papier, of ik worg je!

Met één ruk slingerde Wolf hem van zich af en beet hem toe:

— Waar zie je me nou voor aan? Hou je kalm, anders heb je een kogel in je hoofd, voor je het weet. Pas op!

Nu slenterde hij weg en liet de drie mannen verbouwereerd staan.

— Ja, Wolf is een vrij man, hij kan doen wat hij wil, zei de hoofdman met een fijn lachje en hij ging naar zijn tent, terwijl hij orders gaf aan zijn Indianen, om uiteen te gaan.

Daar stonden de drie booswichten nu. Niemand in de buurt, dus konden zij wat met elkander praten.

— We moeten niet wanhopen, want we krijgen het wel terug, hoor, zei Grinley zachtjes.

— Hoe dan?

— We nemen het terug.

— Van Wolf?

— Ja.

Gevaarlijk.

— Waarom?

— Omdat de Indianen zijn partij kiezen.

— Neen, want zij staan in vrede door de pijp, die er gerookt is en die zijn kracht behoud, zoolang wij in het kamp blijven.

— Maar als we het kamp verlaten hebben? .

— Dan mogen zij ook vijandig optreden.

— En dat zullen ze wel do enook.

— Zeker.

— Maar hoe wilde je dan het papier terug krygen?

— Van Wolf.

— Oh, als we onze wapens hebben?

— Ja, dan gaan we naar zijn tent en nemen het terug.

— Maar mog ende Indianen niet zijn partij kiezen?

— Neen, niet zoolang we het kamp niet verlaten hebben.

— Mooi, dan wordt Wolf dus afgemaakt en moeten we daarna zien, dat we wegkomen.

— Dat gaat gauw genoeg.

— Afgesproken.

— Mijn gasten mogen zeggen, wanneer zij weg willen.

— Zoodra we de wapens hebben.

— Dat is in orde.

— En het vleesch?

— Ook.

— Dan gaan we. Waar is alles?

— Ziet ge die Indianen daar?

— Die zes?

— Ja.

— Die hebben alles voor U bij zich.

— En dan?

— Zij zullen U wegbrengen naar de bocht van de rivier, een eind verderop.

De hoofdman zag, dat de drie mannen teleurgestel dkeken

Sluiten