Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik zal er een paar spionnen heen zenden, want als het een bleekgezicht is, dan is het verhaal van die mannen niet waar geweest.

— Daar ben ik ook erg bang voor.

Hij zond nu twee goede zwemmers naar den overkant en deze keerden even later terug met een man, die de lezer onmiddellijk zou herkennen als de organist, die weer eens uit componeren was geweest.

— Dit is het bleekgezicht, dat zat te zingen, berichtten de spionnen.

— Wie zijt gij? vroeg Nitsas-Ini aan d enman.

Deze verstond echter geen woord van wat de hoofdman hem vroeg en hij anwtoordde dan ook welgemoed:

— Guten Abend, meine Herren, ich bin der Herr Kantor emeritus Matthaus Aurelius Hampel aus Klotsche bei Dresden.

Van al dat Duitsch verstonden de Indianen geen woord en men wilde hem reeds ruw behandelen, om iets naders uit hem te krijgen, toen de vrouw van den hoofdman opeens met een verheugd gezicht kwam aanloopen en hem vroeg:

— Wat? Bent U een Duitscher? Komt U uit Dresden? Maar dan zijn wij landgenooten.

Nu was het een echte verrassing voor haar geweest, een landsman te ontmoeten, maar voor hem was het niet minder een verrassing, te hooren, hoe een Indiaansche vrouw een Duitsche was.

— Heer in de Hemel! Hoor ik daar iemand Duitsch spreken?

Nu vertelde hij aan de vrouw, wie hij was en dat hij ver

van de kampplaats was wep 'eloopen om ongestoord te kunnen fluiten, zonder dat de anderen dat zouden kunnen hooren.

Een en ander werd voer den hoofrman, die er niets van snapte, door de vrouw en ook door Wolf vertaald, zoodat NitsasIni er eindelijk een beetje kijk op kreeg.

De vrouw moest toen voor hem steeds vragen stellen en de antwoorden vertalen.

— Een geluk voor U, dat ik een Duitsche ben, al ben ik nu Indiaansche, anders zouden ze U misschien anders hebben aangepakt!

— Hoe kunt U Duitsche zijn en tevens Indiaansche?

— Doordat ik met het opperhoofd der Navajo's gebouwd ben, met Nitsas-Ini.

— Nitsas-Ini?

— Ja.

— En daar moeten we naar toe.

— Ja?

— Natuurlijk.

— Wie zijn er dan nog meer bij U?

— Oh, een heele massa. Allemaal helden uit het Westen.

— Wie dan?

— Nou, Old Shatterhand, Winnetou....

— Allemachtig, en waar zijn die nu?

Sluiten