Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Dat weet ik niet.

— Wat?

— Nee, die zijn met hun tweeën weggegaan.

— Waarheen?

— De Nijora's achterna.

— En die willen ons overvallen.

— Dat heb ik gehoord, ja.

— Vertel gauw alles, dat is voor ons van het grootste belang.

— Zoo?

— Ja, wij zijn hen tegemoet, om hen eer aan te vallen, dan zij ons.

— Hen tegemoet? Dan bent U op den verkeerden weg.

— Op den verkeerden weg?

— Ja, die zijn aan den anderen kant van de rivier.

— Vergist U zich niet?

— Nee, ik kan me niet vergissen. Wij zijn immers door de Nijora's overvallen geworden?

— Ja, dat weten we. En drie van U hebben zich weten te redden.

— Drie? U hebt het misschien over die Polier, Buttler en Grinley?

— Die zijn ons leelijk door de vingers geglipt.

— Door de vingers geglipt?

— Zeker. Hebt U h ensoms gezien?

— Of we hen gezien hebben? Wij hebben met hen gesproken.

— Ik Loop maar, dat U voor hen opgepast hebt.

— Waarom?

— Omdat dat menschen schijnen te zijn, die nooit iets goeds met iemand voor hebben.

— Zoo. Maar waar zijn Old Shatterhand en Winnetou dan?

— Die zijn er samen op uit.

— Wanneer?

— Vanmiddag, en alleen Schi-So hebben ze meegenomen.

— Wat? Schi-So? Mijn zoon?

— Is dat Uw zoon?

— Wist U dat dan niet?

— Nee, ik wist alleen, dat hij den zoon was van Nitsas-Ini.

— Maar U weet toch, dat ik de vrouw ben van Nitsas-Ini?

— Oja, maar daarom weet ik nog niet, dat Schi-So daarom Uw zoon moet zijn.

De vrouw haalde haar schouders op; zij dacht er het hare van. Die man was niet erg goed wijs waarschijnlijk.

— Wat deed U daar zooeven?

— Ik componeerde.

— Maar zoo luid!

— Ja, dat moet.

— Dat kon Uw leven wel eens gekost hebben, wanneer de Nijora's U hadden gehoord.

— Sam Hawkens zei, dat er ge envijanden in de buurt wa< ren. Maar nu hoop ik, dat U my weer terug laat brengen naar

Sluiten