Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar ik gezeten heb, want ik voel me erg nat zoo.

Dat was waar, want ze hadden hem gedwongen, door de rivier te zwemmen en nu zat hij daar te bibberen.

— Goed, we zullen U terug laten brengen.

Wolf zou echter meegaan, om te zien, waar de andere blanken zaten, want uit dezen vreemden man kon men niets goeds te weten komen.

Twee Indianen, Wolf en de Emeritus gingen dus weer terug en even later Hepen zij Weer aan den overkant van de rivier, op weg naar het kamp.

Juist wilde Wolf weer eens vragen, waar dat kamp dan toch wel moest uithangen, toen hij voetstappen hoorde en in de verte twee mannen zag voortglijden.

Het was donker, dus ko nhij onmogelijk zien, dat het blanken waren, maar hij hoorde:

— Als we die vervelende kerel vinden, dan moeten we hem maar liever ophangen, want hij kost ons vandaag of morgen het leven nog eens.

— Ja, dat zeg ik ook; die rare knaap is ons niets dan tot last geweest, den heelen reis.

Deze woorden waren in het Duitsch gesprok enen Wolf zei dus, ook in het Duitsch:

— Dag heeren, het doet me genoegen hier in de wildernis mijn eigen taal te hooren.

Op hetzelfde oogenblik echter, dat zijn stem weerklonk waren de beide gestalt envolkomen in het niet verdwenen. Waarheen, dat kon men onmogelijk zien, maar even voor Wolf staken twee geweerloopen uit het gras.

— Nou, nou, dat zijn een paar vlugge heeren, die zijn niet voor het eerst in het bosch; voor mij behoeft U echter niet bang te zijn, daar ik een Duitscher ben, evenals U.

— Dat laat ons koud.

— Waarom?

— Omdat er zooveel schurken rondloopen, die zeggen dat ze Duitscher zijn.

— Maar ik ben een echte Duitscher.

— Makkelijk zeggen.

— Kom, kom, niet zoo somber. Mijn naam is Wolf, de oom van Adolf, dien ge wel zult kennen.

— Alleduivels, is het heusch waar? Dan moeten we elkaar maar eens duchtig aankijken.

Met deze woorden kwamen zij te voorschijn, en schudden de handen van Wolf zeer hartelijk.

Er werd het een en ander besproken en al gauw wisten nu de Indianen, dat zij goed volk hadden, al konden zij geen woord verstaan.

Jammer, dat ik mijn menschen niet weet te vinden, want

ze zijn allemaal op zoek naar dien ellendige kerel met zijn opera s.

— Schiet een geweer af en laat eens hooren, waar U bent.

a, dat is een idee. Maar kunnen ze dat in Uw kamp niet

Sluiten