Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zullen volgen, dan hebben de moordenaars de Nijora's achter zich en ons voor zich.

Old Shatterhand had anders andere gedachten hierover.

— Maar hij is ons toch gaan waarschuwen?

— Hoe komt u daarbij?

— Dat heeft Wolf me verteld.

— Maar als dat nu eens een voorwendsel was?

— Omdat hij de waarheid omtrent zijn toch wil verbergen?

— Ja.

— Zouden dus de Nijora's niet ineens door zijn naar ons kamp?

Hierdoor bewees hij de scherpzinnigheid, waarmee zijn gedachten werkten.

— Dat lijkt er wel wat op, fluisterde nu Sam.

— Dan kunnen ze het dus ook wel op anderen hebben voorzien?

De hoofdman begreep, dat er gefluisterd moest worden, terwille van de andere reizigers.

— Ik denk et wel.

— Misscien wel op u?

— Ja.

— Heeft Old Shatterhand u niets gezegd?

— Neen, vermoedelijk om de anderen niet te verontrusten.

— Toch zal het wel zoo zijn, want anders zou Old Shatterhand al bij ons geweest moeten zijn. Hij rijdt immers hard en leest sporen, die voor een gewoon ruiter onleesbaar zijn.

Nauwelijks ha dhij dat gezegd of plotseling doken, zonder dat men hen ad hooren komen, twee mannen vlak voor de menschen op.

De eerste was Old Shatterhand, die vlug naderbij kwam en heelemaal niet verwonderd deed, dat de Navajo's er waren.

De twee was Schi-So, die met Old Shatterhand was meegeweest en die nu snel op zijn vader afkwam. Maar eerst snelde de moeder op haar zoon toe en omhelsde hem, nog voor hij de kring der aanwezigen bereikt had.

De anderen zwegen allemaal, want dat was een oogenblik, dat geen van allen wilde storen.

Daarna echter stevende de jonge man op zijn vader toe en stak hem de hand toe.

De hoofdman keek met een schittering in zijn oogen naar zijn zoon, die in den tijd, dat hij weggeweest was, nog belangrijk aan kracht had gewonnen en die nu zoo fier voor hem stond, tefwijl het geoefende oog van den hoofdman onmiddelijk zag, dat er een soepelheid en een kract in hem zat, waar ij als vader trotsch op kon zijn.

Toch vergat hij er zijn Indianentrots niet door. Hij beeerschte zie hoogenblikkelijk en keek koel, met strak gelaat over en door zijn zoon heen, zonder teekenen van herkenning en deed, alsof hij de hem toegestoken hand niet zag.

Schi-So trok zijn hand terug en ging naar een plaats onder de menschen, zonder ook maar in het minst gekwetst te zijn

Sluiten