Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denzelfden kant op moesten als de Nijora's, die op weg waren naar de Navajo's. Maar de drie door de blanken achtervolgden waren ook dien kant opgegaan en daar de Indianen onmiddellijk waren opgestegen, nadat Mokaschi teruggekomen was, waren zij een halven dag vooruit.

De ^ stoet der _ blanken kwam achter hen aan en Winnetou en Oid Shatterhand reden natuurlijk voorop.

Zij zagen de sporen der Nijora's en reden zoo, dat zij die sporen konden blijven zien.

Wat een ander prairiejager misschien niet zoo opgevallen was, dat viel den beiden onverbeterlijken mannen wel op, n.1. dat de sporen na een paar dagen steeds iets minder oud waren. Hierover had Winnetou onmiddellijk zijn eigen meening en toen hij dan ook even naar Old Shatterhand keek, zag hij, dat deze reeds hetzelfde gezien had.

— Wat zegt mijn broeder Old Shatterhand daarvan?

— Hetzelfde, wat mijn broeder Winnetou ervan zegt.

— En dat is?

— Dat zij geen haast schijnen te hebben.

— Juist, dat is ook mijn gedachte.

— Zij willen dus blijkbaar niet met de meest mogelijken spoed naar de Navajo's.

— Dan is er verder maar één mogelijkheid over.

— En die is, dat zij ons willen overvallen.

— Ja, maar waarom?

— Zij kunnen, dunkt mij, niets verstandigers doen, dan zoo snel mogelijk de Navajo s aanvallen, voor wij aankomen, om die te helpen.

— Dat is zoo, want die weten niet, dat zij komen, daar hun vrekenners vermoord en gevangen zijn.

— Maar zij weten wel, dat sommigen van ons beter paarden hebben dan zij en dat wij in staat zijn, langs een grooten omweg de Navajo's te verwittigen van het gevaar, dat hen bedreigt.

— Oef! Dat is waar. Mijn broeder Old Shatterhand heeft gelijk.

— Waarschijnlijk; zij vinden, dat het heelemaal niet prettig is, ons in den rug te hebben, daar ook, wanneer wij de Navajo's niet waarschuwen, wij voor hen gevaarlijk kunnen worden.

— En daarom rijden zij wat langzamer, om dicht bij ons te zijn, wanneer zij een geschikte plaats hebben gevonden, om ons koud te maken.

Ja, dat is zoo; weet mijn broeder zoo een plaats hier in de buurt?

— Zeker, er is hier maar één plek, die zich daartoe leent.

— En die is?

— Winterwater.

Ah! Dat is zoo! Maar die zullen zij reeds voor de navond bereiken.

Petroleumkoning 15

Sluiten