Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ja, zullen wij hen zóó in de messen en de geweren loopen?

— Neen, wij moeten hen zien gade te slaan.

— Hm; het Winterwater is een erg gevaarlijke streek en daar mogen wij eigenlijk wel allebei aan meedoen.

— Dat is goed; dan gaan we samen.

— Ja, maar dan moet er nog een derde meegaan.

— Waarom?

— Om op de paarden te letten, terwijl wij weg zijn en dan een boodschap te kunnen brengen aan de Navajo's, in geval zij van plan zijn, toch eerst de Navajo's te overvallen.

— Ja; Schi-So.

— Moeten de anderen weten, wat het eigenlijke doel van onzen tocht is?

— Gelooft mijn broeder, dat het beter is, het voor hen te verzwijgen?

— Ja, want er zijn mannen onder hen, die niet al te veel moed hebben en dan maken zij de stemming maar verkeerd, zonder noodzaak.

— Goed.

Onmiddellijk, nadat het besluit genomen was, werd het ook uitgevoerd.

Na een kort afscheidswoord, waarin gezegd werd, dat zij naa rde Navajo's gingen, om te zeggen, dat zij in aantocht waren, reden de drie mannen in galop snel vooruit.

Eindelijk, na een snellen rit, kwamen zij in den namiddag bij sporen, waaraan zij zagen, dat ze nog slechts een uur van den vijand af waren.

Nu werd er voorzichtiger gereden en welda stapten zij af, om de paarden in een boschje te verstoppen.

Schi-So werd nu op wacht gezet bij die paarden en de beide vrienden gingen samen verder.

Na een half uur gaans vonden zij het beter, om kruipend verder te gaan, want zij konden nu ieder oogenblik een man van de Nijora's tegenkomen, die om den een of anderen reden was achtergebleven.

Nu waren zij eindelijk aan een plek gekomen, waar zij een vlakte voor zich hadden. Zij durfden niet verder te gaan, want wanneer de Nijora's nu eens aan den anderen kant van die vlakte lagen, dan zouden zij hen hebben kunnen zien aankomen.

— Zullen wij niet een plaats uitzoeken, vanwaar we alles kunnen overzien? t

— Dat is goed, want dan zien we tenminste, of de Nijora's werkelijk verder zijn gegaan tot aan het Winter-water of dat zij zijn gaan rusten, om nog verder te trekken.

— Zij zullen wel niet verder gegaan zijn, want ik denk wel, dat wij het goed geraden hebben.

— Zullen wij daar in die twee boomen klimmen?

— Dat is goed.

Zij zochten nu twee boomen uit, vanwaaruit zij den geheelen

P

Sluiten