Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik hoop het.

— Of gelooft gij soms, dat het ons gelukken zou de Navajo's te verrassen?

— Ja.

— Nee, dat zou niet gebeurd zijn. In ieder geval hebben zij oo khun voorposten. Wij moeten de plaats waar zij legeren eerst nog ontdekken. Daartoe hebben onze spionnen tijd noodig. Wanneer die gezien worden, zijn wij hen kwijt. Maar dat is nog niet alles.

— Wat dan nog?

— Mijn broeder heeft niet gedacht, dat de Navajo's weten, dat wij komen.

— Oef.

— Dat wist gij niet, hè?

— Wie moet hen dat gezegd hebben?

— De drie bleekgezichten, die ontkomen zijn.

— Oef! oef! Dat is zoo.

— Die zijn zeer zeker naar de Navajo's.

— Waarom?

— Omdat zij ongewapend waren. Die zullen de Navajo's in ruil voor wapens op ons afsturen.

— Oef! oef!

— Dan zullen de Navajo's ons tegemoet komen en ons willen aangrijpen.

— Oef! oef!

— Daar wacht ik juist op.

— Hoezoo?

— Wij zullen ons eerst den ruk vrijmaken door de bleekgezichten te overmeesteren en dan zullen wij de Navajo's afwachten.

— Mijn broeder gent toch de stelregel, dat diegeen wint, die het eerst aankomt?

— Ja, die kent ik; juist daarom zeg ik dat.

— Wat wilt gij dan doen?

— Hen opwachten aan het Winter-water.

— Dat was toch niet het oorspronkelijke splan.

— Nee, ik wilde de Navajo's verrassen. Dat kan nu echter niet meer. Daarom heb ik een ander plan gemaakt.

— Hoe is dat dan?

— Wij verstoppen ons hier aan het Winter-water. Wanneer de Navajo's komen, laten wij hen aan den overkant naar beneden gaan, zonder dat zij iets van ons merken. Daar zullen zii hun paarden willen drenken en dan vallen wij op het aan.

— En dan? '

— En dan? Dan hebben zij te kiezen tusschen den afgrond,

het water en ons.

— Oef! Oef! Mokaschi's plan is goed.

— Nietwaar?

— Wanneer er tenminste geen hindernissen bijkomen.

Er is maar één hindernis, en die zullen wij morgen vroeg

Sluiten